Thema: waarom wij onze kinderen dopen
Broeders en zusters, wie zijn kindje ten doop houdt doet dat niet uit gewoonte of bijgelovigheid, maar uit overtuiging. Om aan te geven dat ouders met die houding hun kindje ten doop houden gaan zij ook staan.
Doopouders stemmen in met wat we in zondag 27 van catechismus belijden. Want als de catechismus vraagt: Moet men ook de kleine kinderen dopen? Is het antwoord: Ja. Zij behoren even goed als volwassenen tot het Verbond van God en tot zijn gemeente.
Nu kom ik, tijdens doopgesprekken, gelukkig veel mensen tegen die van harte achter de kinderdoop staan.
Anderen laten hun kindje wel dopen, want dat doen we nou eenmaal zo in onze gemeente, maar zouden er ook vrede mee hebben als het niet zou gebeuren. Want, zeggen zij, de Bijbel is op het punt van volwassen- en kinderdoop niet duidelijk.
Als predikant ben ik bovendien ook mensen tegengekomen die er ernstig aan twijfelen of we onze kinderen wel moeten dopen.
Vaak ontstaat die onrust in contacten met vrienden, familieleden, buren of collega’s die tot een evangelische gemeente behoren of doordat men zelf regelmatig een evangelische gemeente bezoekt.
Ook het lezen van een verslag met bijbehorende foto’s van een doopdienst in de “Zeewolde Aktueel” kan je aan het twijfelen brengen.
Nog meer impact hebben de enthousiaste verhalen van de dopelingen zelf. Je op belijdenis bewust laten dopen is een geweldig fijne ervaring, iets wat elke christen zou moeten meemaken. Die ervaring gun ik jou ook.
Meer dan eens betreft het getuigenissen van mensen die ook al als kind eens zijn gedoopt. Alleen al in onze gemeente ken ik wel vijf mensen die zich -om te zeggen- hebben laten overdopen.
Mensen die zich op volwassen leeftijd voor het eerst of opnieuw laten dopen zijn vaak enthousiaste christenen. Broeders en zusters waar je je petje in menig opzicht voor af kunt nemen. Zij hebben veel liefde voor de HERE en spreken vaak met grote vrijmoedigheid over de Bijbel en dagelijkse omgang met de HERE.
Hun keus voor de volwassendoop stemt dan ook tot nadenken en kan zelfs tot spanningen in je eigen geloofsleven leiden. Zou ik me ook niet moeten laten onderdompelen? Is het wel goed dat ik mijn kinderen heb laten dopen of wil laten dopen?
Wanneer ik me niet vergis hebben mensen die moeite hebben met de kinderdoop meestal twee soorten argumenten.
Ten eerste wordt vaak de vinger gelegd bij de lauwheid die in kerken kan heersen waar kinderen worden gedoopt. Veel dopelingen verlaten de kerk en nogal wat kerken zitten vol met gedoopte maar weinig enthousiaste christenen. Volwassendoop kweekt daarentegen bewust gelovende christenen. Waar volwassendoop wordt geleerd heb je een veel positievere sfeer, want al die mensen kiezen bewust voor God.
Een tweede argument -en meest gehoorde argument- heeft te maken met het lezen van de Bijbel. Jezus zegt immers : Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden zijn. Dat is de volgorde: eerst geloven, dan pas dopen. Bovendien lees ik nergens in de Bijbel over de kinderdoop.
Volwassendoop is voluit Bijbels en ik voel dat God van mij vraagt me te laten onderdompelen. Door me te laten dopen ben ik gehoorzaam aan God en kan ik laten zien dat ik voor God kies
Broeders en zusters, beide argumenten wil ik tegen het licht houden. Wanneer het over de praktijk van het kerkelijk leven gaat is het inderdaad niet voor niets dat de laatste jaren de wederdoop hand over hand toeneemt en wereldwijd gezien allerlei evangelische gemeenten hard groeien. Kijk alleen maar eens naar de explosieve groei van de Evangelische Gemeente Zeewolde.
Dat velen zich opnieuw laten dopen heeft voor een deel te maken met de oppervlakkigheid die in een groot deel van de kerken van Europa heerst. Vaak is het zo dat iedereen zijn of haar kind kan laten dopen.
In Duitsland is het bijvoorbeeld zo, dat iedereen die op tijd zijn kerkelijke belasting betaald zijn of haar kind kan laten dopen. Of je al dan niet gelooft maakt niets uit.
Een paar jaar geleden maakten wij als gezin in Denemarken een doopdienst in de Lutherse kerk mee. Er werden vier kindjes gedoopt. De enige doopvraag die de predikante de doopouders stelde was: ‘Gelooft u in God?’ Na de bediening van de doop gebeurde er iets heel wonderlijks…. Drie van de vier doopouders liepen met hun kindje en familie de kerk uit en namen dus niet eens de moeite het verdere verloop van de dienst mee te maken door bijvoorbeeld naar de preek te luisteren.
Niet alleen praktijk in het buitenland. Ook in Nederlandse kerken vind je veel van dit zogenaamde "geloof op wieltjes". Het betreft mensen die alleen maar op wieltjes in de kerk komen. In de kinderwagen, de trouwwagen en de lijkwagen .........
Op die manier krijg je een enorm aantal papierenleden die verder niet meeleven. Je kunt soms heel wel meevoelen met die mensen die zeggen: Alle narigheid, alle doodsheid in de traditionele kerken komt voor een belangrijk deel door de kinderdoop.
Als je de kinderdoop zou afschaffen en zou vervangen door een doop die alleen maar bediend zou worden aan mensen die een echte, heel persoonlijke keuze voor de Here Jezus hebben gemaakt, ja dan krijg je vanzelf een kerk met mensen die er echt helemaal bij willen horen!
Gemeente, ook onze gereformeerde vaderen wisten hoe gevaarlijk het geloof-op-wieltjes is. Zij zeiden daarom: de doop mag alleen bediend worden als er bij de ouders een levend geloof gevonden wordt.
De doop mogen we nooit uit gewoonte of bijgelovigheid begeren, zegt ons formulier terecht. Daarom is er in onze kring, voorafgaande aan de doop, ook altijd een doopgesprek waarin de motieven van de ouders aan de orde komen.
Deze kijk in de spiegel is wat mij betreft voor ons een impuls de derde doopvraag heel serieus te nemen.
Als ouders en als gemeente moeten we ons voor 100% inzetten onze kinderen en kleinkinderen een voorbeeld van christelijke levenswandel te geven.
Ons inzetten voor goed christelijk onderwijs; voor nevendiensten en clubs waar de kinderen bijbelkennis en kennis van God opdoen. En vooral ook door thuis de bijbel open te doen en onze kinderen te leren bidden.
Misbruik mag nooit reden zijn het gebruik op te heffen. En ook het feit dat alle volwassen gedoopten stuk voor stuk de herdoop als een geweldig fijne unieke ervaring beleven, zegt niets over de juistheid ervan. De Bijbel leert ons het goed recht van de kinderdoop.
Over die Bijbelse argumenten straks meer, nu gaan we eerst zingen
Psalm 79: 5.
Broeders en zusters, wie wel eens met voorstanders van volwassendoop heeft gesproken weet hoe lastig het is zo’n gesprek goed te voeren. Hoe maak je nou duidelijk dat je zonder de Bijbel geweld aan te doen wel degelijk je kind kan laten dopen?
Het allerbelangrijkste is in dit verband de eenheid tussen het oude en nieuwe testament. Er is één God, die God heeft één boek en is alle eeuwen door Dezelfde!
Zoals God in het oude verbond in de lijn der geslachten werkt doet Hij dat nu nog! Hij is de God van het verbond! In het Oude Testament werden de kinderen als teken van het verbond besneden, in het Nieuwe Testament worden ze gedoopt.
Zowel onze doopformulieren als zondag 27 van de catechismus maken duidelijk dat de doop de vervulling van de besnijdenis is. Of anders gezegd: de doop is de christelijke besnijdenis.
Daarom gaan we nu eerst samen over de besnijdenis lezen
Genesis 17: 1-14; 23-27.
1 Toen Abram negenennegentig jaar was, verscheen de HEER aan hem en zei: ‘Ik ben God, de Ontzagwekkende. Leef in verbondenheid met mij, leid een onberispelijk leven. 2 Ik wil met jou een verbond aangaan en ik zal je veel, heel veel nakomelingen geven.’ 3 Abram boog zich diep neer en God sprak: 4 ‘Ik doe jou deze belofte: je zult de stamvader worden van een menigte volken. 5 Je zult voortaan niet meer Abram heten maar Abraham, want ik maak je de vader van vele volken. 6 Ik zal je bijzonder vruchtbaar maken. Er zullen veel volken uit je voortkomen en onder je nazaten zullen koningen zijn. 7 Ik sluit een verbond met jou en met je nakomelingen, met alle komende generaties, een eeuwigdurend verbond: ik zal jouw God zijn en die van je nakomelingen. 8 Heel Kanaän, het land waar je nu als vreemdeling woont, zal ik jou en je nakomelingen voor altijd in bezit geven, en ik zal hun God zijn.’
9 Ook zei God tegen Abraham: ‘Jij moet je houden aan dit verbond met mij, evenals je nakomelingen, generatie na generatie. 10 Dit is de verplichting die jullie op je moeten nemen: alle mannen en jongens moeten worden besneden. 11 Jullie moeten je voorhuid laten verwijderen; dat zal het teken zijn van het verbond tussen mij en jullie. 12 In elke generatie opnieuw moet iedereen van het mannelijk geslacht besneden worden wanneer hij acht dagen oud is. Dit geldt niet alleen voor wie tot je eigen volk behoort maar ook voor jullie slaven, of ze nu bij jullie geboren zijn of van vreemdelingen zijn gekocht; 13 iedereen die bij jullie geboren is of door jullie is gekocht, moet worden besneden. Zo zal dit verbond met mij voorgoed zichtbaar zijn aan jullie lichaam. 14 Een onbesnedene, een mannelijk persoon van wie de voorhuid niet verwijderd is, moet uit de gemeenschap gestoten worden, omdat hij het verbond verbroken heeft.’
23 Nog diezelfde dag besneed Abraham zijn zoon Ismaël, allen die in zijn huis geboren waren en allen die hij gekocht had, kortom al zijn mannelijke huisgenoten, zoals God hem had opgedragen. 24 Abraham was negenennegentig jaar toen hij besneden werd, 25 en zijn zoon Ismaël was dertien. 26 Zo werden op een en dezelfde dag Abraham en zijn zoon Ismaël besneden 27 en ook al Abrahams huisgenoten, zowel zij die in zijn huis geboren waren als zij die van vreemdelingen waren gekocht.
Broeders en zusters, als teken van het verbond tussen de HERE en Abraham moest Abrahams' voorhuid besneden worden. Abraham die eens met zijn vader Terach uit het heidense Irak naar Haran was vertrokken en de HERE niet kende.
Jozua vertelt ons dat Abraham en zijn familie de goden van hun land dienden. Met andere woorden Abraham aanbad de zon, probeerde met behulp van de lever van een geslacht schaap de toekomst te voorspellen en om boze geesten op afstand te houden hing Abraham amuletten om z’n nek.
Abraham geloofde dat het bestaan één grote kringloop is. Het leven is opgaan, blinken en verzinken, alles komt zoals het komen moet en alles gaat zoals het gaat.
Tot deze heiden zei God in Haran: "Abram, ga uit je land, uit je familie, uit je vaderhuis, naar het land dat ik je zal laten zien. Ik zal je maken tot een groot volk, Ik zal zegenen wie jou zegenen en Ik zal je naam groot maken. Wees dan een zegen. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou vervloekt, zal Ik vervloeken. Gezegend zullen zijn in jou alle geslachten van de aardboden." (vertaling N. ter Linden)
En Abraham? Hij ging en Lot ging met hem. God onttrekt Abraham aan de kringloop van het heidendom. En Abraham antwoordt in geloof! Abraham kent God niet maar acht Gods woorden voor 100% betrouwbaar! Abraham geloofde en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.
Met dit in je hoofd vraag ik je te luisteren naar wat Paulus hierover, in terugblik, in Romeinen 4 schrijft. Vers 9-11
9. We zagen al dat Abrahams vertrouwen hem werd toegerekend als een daad van gerechtigheid. 10 Maar wanneer gebeurde dat? Toen hij al besneden was of daarvoor? Het laatste, toen hij nog niet besneden was. 11 De besnijdenis ontving hij later als een bezegeling en teken dat hij als onbesnedene rechtvaardig was omdat hij op God vertrouwde.
Hoor je hoe Paulus accentueert dat Abraham éérst tot geloof is gekomen en pas daarna besneden!? Met andere woorden, bij Abraham vinden we dus precies dezelfde volgorde als later in het Nieuwe Testament: eerst geloven, dan dopen……!
Als God voor het eerst met zijn liefde naar iemand toekomt, vraagt dat geloof. Zo was het in het oude verbond en zo is het in het nieuwe verbond. En wanneer het geloof wordt aanvaardt komt God met Zijn verbond. Ik zal u en uw nageslacht tot een God zijn, dat beloof Ik. En als teken van mijn verbond moet je jezelf besnijden. Leef in verbondenheid met Mij en leid een onberispelijk leven.
Maar let op! Gods beloften en eisen zijn niet alleen voor Abraham zelf bestemd. Nee Gods beloften en eisen zijn ook bestemd voor Abrahams huisgenoten en zijn nageslacht.
Daarom moeten op grond van Abrahams geloof ook zijn kinderen en personeel worden besneden. Ook zij zijn immers dankzij Abrahams geloof in de ruimte van het verbond terechtgekomen?
Anders dan Abraham zelf delen zijn kleinkinderen, achterkleinkinderen etc. al vanaf hun geboorte in Gods goede zorg. Als zichtbaar bewijs daarvan mogen, ja moeten zij besneden worden.
Het is zoals de psalm zingt: "God zal zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig zijn verbond gedenken. Zijn trouw en waarheid houdt haar kracht, tot in het duizendste geslacht, 't Verbond met Abraham zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind!
Nu was besnijden op zichzelf genomen in het oude oosten niet zo heel bijzonder! Besnijden was zelfs zo algemeen dat later slechts de Filistijnen -zij kwamen van Kreta- als "onbesnedenen" bekend stonden.
Nee de besnijdenis als zodanig is niet apart, maar wel heel speciaal is dat ze aan baby's geschiedt!
Buiten Israël was en is de besnijdenis een zogenaamde initiatierite. Jonge mannen, en soms ook vrouwen, worden er door opgenomen in de kring van de volwassenen.
Na je besnijdenis mag je dan bijvoorbeeld meedoen met oorlog voeren en mag je mee op jacht. Je mag trouwen en kinderen krijgen of verwekken.
Kortom als je besneden bent weet iedereen dat je een bepaald niveau hebt bereikt, je bent iemand, je hoort er vanaf dat moment helemaal bij.
Welnu, de HERE neemt in Genesis 17 het teken van de besnijdenis uit de bestaande cultuur over, maar verandert de betekenis zeer wezenlijk!
De besnijdenis wordt weggehaald van de drempel naar de volwassenheid en het krijgt een plaats aan het begin van het leven van de mens.
Alle jongetjes mogen, ja moeten al op de achtste dag van hun leven besneden worden. Als ze dus nog maar kleine, hulpeloze en zeer afhankelijke wezentjes zijn.
Nog voor ze maar wat ook voor tegenprestatie kunnen leveren mogen die kleine jongetjes er al helemaal bij horen; worden ze door de besnijdenis volwaardige leden van het verbond; delen ze in Gods goede zorg.
Door de besnijdenis merkt God zijn kinderen. Allen die in het huis van gelovige ouders geboren worden of daar later deel van zijn uit gaan maken mogen erbij horen.
Zwakke en sterke kinderen, gehandicapte en niet gehandicapte baby’s, tellen allemaal als volwaardige leden mee. De HERE wil ze allemaal op Zijn naam hebben.
In de besnijdenis zie je dat God de eerste is. Het is niet de mens die voor God kiest, maar God die uit liefde voor de mens kiest. De besnijdenis is in de oude bedeling van het verbond het teken van Gods genade!
Van al die besneden kinderen en huisgenoten verwacht de HERE dan wel een leven naar Zijn wil. Niet alleen de voorhuid, maar ook hun hart dient besneden te worden.
God is trouw aan Zijn beloften, altijd en overal, maar een mens kan Gods trouw beschamen, kan het verbond verbreken. Met zulke verbondsbrekers gaat de HERE geduldig en liefdevol om.
Het hele Oude Testament is daar vol van. Maar wie zich blijvend verhard en zijn besnijdenis veracht krijgt uiteindelijk te maken met Zijn vloek, met de gekrenkte kant van Gods liefde. Kinderbesnijdenis vroeg geloof!
De HERE kon de besnijdenis trouwens ook prachtig gebruiken omdat er bloed bij vloeit. Zonder bloed geschiedt er immers geen verzoening, zonder bloed kan de verhouding tussen God en mens nooit goed zijn.
Bij elke besnijdenis vloeit wat bloed, verwijzend naar het bloed van de Messias die komen zou.
Dit is wat we, wanneer we over het goed recht van de kinderdoop hebben, in ieder geval moeten zeggen over de besnijdenis. Kort samengevat zagen we het volgende:
In het Oude Testament is, wanneer iemand van buiten het verbond in de kring van het verbond komt, de volgorde: eerst geloven, dan pas besnijden.
Maar wanneer er uit zo'n gelovige kinderen worden geboren moeten die meteen al bij het begin van hun leven besneden worden. Zonder er om gevraagd te hebben delen ook zij al in Gods goede zorg en liefde! Hij wil ook hen tot een God zijn!
God, de HERE, verwacht echter wel dat verbondskinderen Zijn liefde zullen beantwoorden met wederliefde, dat ze met hun gehele hart zullen geloven! Besnijdenis vraagt om geloof.
Voordat we het Nieuwe Testament breder openslaan, willen we eerst zingen Psalm.105: 3 en 18
Dan nu het tweede en wellicht het meest taaie punt van de discussie, namelijk dat de doop in plaats van de besnijdenis is gekomen! Paulus komt daarover met name in Colossenzen 2 te spreken. Lezen
Colossenzen 2:6-15
6 Volg de weg van Christus Jezus, nu u hem als uw Heer aanvaard hebt. 7 Blijf in hem geworteld en gegrondvest, houd vast aan het geloof dat u geleerd is en wees vervuld van dankbaarheid. 8 Wees op uw hoede en laat u niet meeslepen door holle en misleidende theorieën die op menselijke tradities zijn gebaseerd en zich richten op de machten van de wereld en niet op Christus. 9 Want in hem is de goddelijke volheid lichamelijk aanwezig, 10 en omdat u één bent met hem, het hoofd van alle machten en krachten, bent ook u van die volheid vervuld. 11 In hem bent u ook besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. 12 Toen u gedoopt werd bent u immers met hem begraven, en met hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die hem uit de dood heeft opgewekt. 13 U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold. 14 Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen. 15 Hij heeft zich ontdaan van de machten en krachten, hij heeft hen openlijk te schande gemaakt en in Christus over hen getriomfeerd.
Broeders en Zusters, Paulus schrijft over het verband tussen besnijdenis en doop omdat men in de Christelijke gemeente van Colosse (in Turkije) te maken had met dwaalleraren. Die dwaalleraren waren tot geloof gekomen Joden. Zij beweerden ongeveer het volgende:
"Beste Colossenzen, jullie zijn tot geloof gekomen. Da's prachtig, maar jullie schieten nog wel tekort. Weet je waar het bij jullie aan schort? Jullie houden je namelijk niet aan de wet van Mozes. En wat het meest erg is, jullie missen de besnijdenis. Wil je Messias Jezus echt volgen moet je je laten besnijden."
De Christenen van Colosse waren heel gevoelig voor dergelijke geluiden van zulke dwaalleraren, want die waren immers opgegroeid met het Oude Testament? Deze lieden weten veel meer van God dan wij, zij komen uit Israël, de bakermat van het Christelijk geloof!
Menige Turk vroeg zich vertwijfeld af: zou ik, christen uit de heidenen, me wellicht ook nog moeten laten besnijden en me aan alle Joodse wetten moeten houden?
Op die vragen gaat Paulus in zijn brief aan de Colossenzen in. Hij doet dat wat de besnijdenis aangaat op een heel bijzondere wijze.
Wat vrij weergegeven zet Paulus in 2: 11 en 12: "Beste Colossenzen, jullie moeten je niks wijs laten maken, alsof je nog besneden zou moeten worden, want jullie zijn al besneden!
Wij besneden? hoor je de Colossenzen denken. "Ja, jullie zijn besneden in de besnijdenis van Christus", zegt Paulus.
Natuurlijk niet de besnijdenis zoals de Here Jezus die zelf heeft ondergaan toen Hij acht dagen oud was; nee het is de besnijdenis die hoort bij Christus, de Christelijke besnijdenis, die hebben jullie ondergaan zegt Paulus.
En hij legt het in vers 12 meteen uit: "Gij zijt besneden in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop".
Met andere woorden: Colossenzen, jullie zijn besneden, want jullie zijn gedoopt! Paulus zegt dus: de doop is de Christelijke besnijdenis. In de doop is de besnijdenis tot vervulling gekomen.
En zo is het broeders en zusters, in de doop bestaat de besnijdenis op een onbloedige wijze voort, omdat Christus Zelf zijn bloed gaf. De besnijdenis was de schaduw die heen wees naar het bloed van Christus, het water van de doop wijst terug naar het bloed van Christus. Op eenzelfde manier bestaat het Pascha op onbloedige wijze voort in het avondmaal.
Broeders en zusters, merkt u wel dat het verband tussen doop en besnijdenis dus geen bedachte theologische constructie van gereformeerde mensen is, maar door de Schrift zelf in Colossenzen 2 wordt gelegd.
En weet u? De dooppraktijk in het Nieuwe Testament laat zien dat het met de doop inderdaad precies zo ging als met de besnijdenis. Ook de doop werd niet slechts bediend aan individuen, maar aan hele gezinnen, of beter gezegd aan hele huizen.
God schenkt aan hen die tot geloof komen zijn zegeningen in gezinsverband. En in die tijd bestond het gezin in doorsnee uit ouders, kinderen, andere familieleden en slaven en slavinnen.
Abraham kwam tot geloof en werd besneden, hij en zijn huis. Nu zo werden na de Pinsterdag mensen gedoopt met hun huis!
De gevangenisbewaarder van Filippi kwam tot geloof en werd met zijn huis gedoopt. Op gelijke wijze verging het de officier Cornelius. Hij kwam tot geloof, werd gedoopt, hij en zijn huis. Of denk aan Lydia de purperverkoopster. God opende haar hart en vervolgens liet zij zich met haar huis dopen.
En heus, de huizen van de gevangenisbewaarder, van Crispus en al die anderen bestonden echt niet allemaal uit kinderloze echtparen; er zullen vast en zeker kinderen bij geweest zijn.
We komen in de Bijbel wel zeven van dergelijke huisteksten tegen. Neem nou eens een willekeurige straat in Zeewolde en bel eens bij zeven huizen aan. Zeker weten dat je achter minstens een van de deuren kinderen aantreft. Oké niet in de Sfinx, maar anders kan het niet missen …
Die kinderen en slaven en slavinnen hadden zowel in de tijd van Abraham als in de tijd van het Nieuwe Testament niets te kiezen. De vader als hoofd van het gezin, als heer des huizes, speelde daarin een doorslaggevende rol.
De Bijbel denkt niet allereerst in individuen, maar in eenheden! Het hoofd van het gezin is verantwoordelijk voor alle leden van het gezin. Iets daarvan vindt je in onze tijd nog terug als het om het paspoort gaat.
Ik las onlangs over Bram. Bram z’n ouders hadden een vakantie naar Amerika geboekt. Voor het eerst in z’n leven zou Bram naar een ver land gaan. Voor zij op reis gaan vraagt pappa aan mamma: Weet je zeker dat je alles bij je hebt?”
“Ja hoor, ik denk het wel”. Heb je de paspoorten ook bij je? “Paspoorten, wat zijn dat pappa?” vraagt Bram.
Nou joh, zegt zijn vader, als je geen pas bij je hebt, dan mag je niet in het vliegtuig. Op Schiphol kijken ze of je een goed paspoort hebt. Want als je die niet hebt, kom je Amerika niet binnen.
“Heb ik ook zo’n paspoort?” vraagt Bram. Nee, jij hoeft nog niet een paspoort te hebben, jouw naam staat in ons paspoort erbij geschreven. Jij mag met ons meereizen op onze pas, omdat je bij ons hoort. Wij zijn je ouders, wij zorgen voor je, wij passen op je onderweg. Met een moeilijk woord zeg je dan: wij zijn verantwoordelijk voor jou. Als je groot bent, krijg je een eigen pas. Dan ben je verantwoordelijk voor jezelf.
Nu, op soortgelijke wijze zijn in de Bijbel de kinderen bij de ouders inbegrepen. Dat is het in Nieuwe Testament niet anders dan in het Oude Testament.
Als er vandaag een volwassen iemand tot geloof komt dopen we die man of vrouw en als er kinderen zijn worden die samen met hen gedoopt.
In onze individualistische tijd is dat best een lastig gegeven. Maar het is een bijbels principe. Een principe dat we moeten handhaven en praktiseren.
De zogenaamde huisteksten komen in het Nieuwe Testament dan ook niet als een verrassing. Want het zou immers toch wel heel vreemd zijn geweest als de HERE opeens van stijl zou veranderen. Eerst via de lijn der geslachten zou werken en dan opeens van koers veranderen door er individuen uit te pikken.
Nee, ook in de nieuwe bedeling van het verbond met Abraham wil Hij de kinderen merken en op Zijn naam hebben.
Zeker, de gestalte van de doop is anders dan die van de besnijdenis, maar het gehalte is gelijk!!! Want evenals de besnijdenis is ook de doop is geen manifestatie van het eigen geloof, geen overgave van de mens aan God. Nee, het is andersom: het gaat om Gods genadegave aan de mens!
Je laat je niet dopen, maar je wordt gedoopt. Er is helemaal niets van jezelf bij. Bij elke kinderdoop maakt God publiek zichtbaar: Ook al heeft dit kindje er niet omgevraagd wil Ik toch zijn God zijn en die van zijn nageslacht.
Zo ben Ik. En Ik verlang er naar dat dit kind plezier gaat beleven aan het doen van mijn geboden.
De HERE wil ons tot een God zijn en verlangt ernaar dat wij Hem tot een volk zijn. Evenals de kinderbesnijdenis vraagt ook de kinderdoop om persoonlijk geloof!
Dit alles wordt ook nog eens bevestigd door de kerkgeschiedenis. De oudste -ons bekende- geschriften waarin concreet over de kinderdoop wordt gesproken dateren vanaf 185 na Christus.
Iraneus, Cyprianus en anderen komen daarover te spreken in verband met gemeenteleden die de kinderdoop afwijzen. Met andere woorden kinderdoop was tot die tijd de gewoonte. En zolang er geen verzet is hoef je er ook niet over te schrijven. Vandaar een lange periode van stilzwijgen.
Prachtig is de opmerking van Origenes die begin 3e eeuw in een commentaar op de Romeinenbrief schrijft: De kerk ontving van de apostelen de traditie om de kinderen te dopen.
Broeders en zusters, de doop is een heerlijk sacrament. In de doop belooft onze God immers geweldige dingen.
Paulus legt de betekenis van de doop aan de Collossenzen met behulp van hele mooie beelden uit. Beelden waarmee ik wil eindigen.
Paulus schrijft in vers 14: U was dood door uw zonden en door uw onbesneden staat, maar God heeft u samen met Christus levend gemaakt toen hij ons al onze zonden kwijtschold. 14 Hij heeft het document met voorschriften waarin wij werden aangeklaagd, uitgewist en het vernietigd door het aan het kruis te nagelen.
Eigenlijk gebruikt Paulus in dit vers twee beelden door elkaar heen. Het eerste beeld heeft te maken met een Romeins gebruik bij het kruisigen.
Men spijkerde namelijk altijd een bordje boven het hoofd van de misdadiger waarop de reden van de veroordeling was vermeld. Ook boven het hoofd van onze Heiland hing zo'n bordje. "Zie de Koning der Joden".
Als Paulus zegt, dat God het bewijsstuk van onze zonde aan het kruis gespijkerd heeft, dan moet u denken aan zo'n bordje boven het hoofd van de gekruisigde.
Uw bordje, met daarop al jouw overtredingen en zonden hing boven het hoofd van de Here Jezus, Hij ging voor jouw aan het kruis! Ook jouw naam staat boven zijn hoofd op het kruis Golgotha geschreven. Ja, ook jouw zonden werden aan het kruis gebracht.
Maar het wonder is nog groter. Want door uw overtredingen werd door de kruisdood van Jezus geen streep gezet, zodat al je zonde en ellende nog zichtbaar is. Nee, de spons ging erover, zegt Paulus, "het bewijsstuk is uitgewist". Denk maar aan de spons waarmee wat de meester of juf op het bord heeft geschreven, wordt uitgewist!
Met de bewijslast van je zonden hoef je, God zij dank, niet zelf meer rond te lopen. Het doopwater wijst heen naar dat heerlijk reinigende werk van de Here Jezus!
Jouw zonden gingen aan het kruis en werden daar uitgewist, de spons ging erover. 't Is zoals zondag 27 het zegt: de doop is een goddelijk pand en teken dat dient om ons ervan te verzekeren dat wij even werkelijk van onze zonden geestelijk gewassen zijn als wij uitwendig met het water gewassen worden.
Broeders en zusters, daar nu de doop de vervulling van de besnijdenis is geldt dit wonder voor ons en voor onze kinderen. In Jezus Christus delen wij christenen uit de heidenen en de geslachten na ons in Gods verbond met Abraham.
Evenals in de besnijdenis komt in de doop zo heerlijk tot uitdrukking, dat wij niet voor God kiezen, maar dat Hij voor ons kiest. Wij hebben lief omdat Hij ons eerst heeft lief gehad! Zo was het, zo is het en zo zal het blijven.
"Want 's HEREN gunst zal over wie Hem vrezen,
in eeuwigheid altoos dezelfde wezen,
en zijn gerechtigheid de eeuwen door.
Zijn heil omsluit de komende geslachten;
zo volgen zij die zijn verbond betrachten,
van zijn barmhartigheid het lichtend spoor" (Psalm 103: 7)
Als je in dat spoor mag leven ben je een gelukkig mens!!
Amen