Zegen


Preek

Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Over de zegen kan je als kerkganger nogal wat vragen hebben. Je kunt je bijvoorbeeld wat onzeker voelen over je houding. Moet ik mijn ogen nu dicht of juist open hebben?
Vanaf de kansel zie ik elke week dat we daar heel verschillend mee omgaan. Ik zie onder het geven van de zegen de één aan de z'n kleding frunniken en een ander alvast z'n liedboeken bij elkaar pakken.
De één heeft z'n ogen dicht en ontvangt de zegen met het hoofd gebogen, de ander kijkt geconcentreerd naar de zegenende handen.
Weer anderen staan wat vaag om zich heen te kijken en denken misschien aan zaken als 'wie zal ik straks, na de dienst, eens op de koffie vragen?

Je kunt ook vragen hebben over die wonderlijke aanvoegende wijs. Zij u genadig, verheffe zijn aangezicht, geve u. Zijn dat wensen of moet je het anders verstaan? En zo 'ja' wat is dan de bedoeling?
Voorts kunnen er ook vragen met betrekking tot de inhoud van de zegen zijn. Bijvoorbeeld: Wat betekent het nu dat 'de HERE zijn aangezicht over je wil verheffen'? Tenslotte zijn er misschien ook wel vragen over de meerwaarde van de opgeheven armen en handen.

Broeders en zusters het antwoord op deze vragen is belangrijk. Want als je deze dingen niet scherp ziet, dreigt de zegen al snel niet veel meer te worden dan een punt achter de dienst, startsein voor vertrek.
Maar als je verstaat wat het betekent de zegen te ontvangen weet je: hiermee helpt God me enorm om in de nieuwe week vast te kunnen houden wat het belangrijkste van mijn geloof is.
Daarom leek het me goed bijzondere aandacht aan de zegen te schenken en wel in het bijzonder, zo werd uit de schriftlezing al wel duidelijk, aan de zegen uit Numeri 6.

Numeri 6: 22 - 27 (Nieuwe Bijbelvertaling)
De priesterzegen
22 De HEER zei tegen Mozes: 23 'Zeg tegen Aäron en zijn zonen dat zij de Israëlieten met deze woorden moeten zegenen:
24 "Moge de HEER u zegenen en u beschermen,
25 moge de HEER het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn,
26 moge de HEER u zijn gelaat toewenden en u vrede geven."
27 Als zij mijn naam over het volk uitspreken, zal ik de Israëlieten zegenen.'

We lazen die uit de Nieuw Bijbelvertaling. In deze preek ga ik uit van de NBG' 51 omdat dat ook de tekstversie is die ik in de erediensten gebruik en ons het meest vertrouwd in de oren klinkt:
De HERE nu sprak tot Mozes: 23 Spreek tot Aäron en zijn zonen: Zó zult gij de Israëlieten zegenen:
24 De HERE zegene u en behoede u;
25 de HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig;
26 de HERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede.
27 Zo zullen zij mijn naam op de Israëlieten leggen, en Ik zal hen zegenen.


Laat ik maar beginnen met de meest lastige vraag. Dat is wat mij betreft de vraag naar de betekenis van de zogenaamde aanvoegende wijs.
Die aanvoegende wijs kennen wij bijvoorbeeld ook van ' lang leve de koningin' Dan bedoelen we in het Nederlands we hopen dat u koningin nog lang mag leven. Het is een wens. Je zou zelfs kunnen zeggen 'een gebed'.
Nu, zo verstaan velen de zegen ook als een gebed en hebben daarom hun ogen dicht. Het is de predikant die de gemeente dan voorgaat in gebed. HERE zegen en behoedt deze mensen, laat u Uw aangezicht toch over hen lichten en zie hen alstublieft in genade aan en laat hen toch niet verstoken zijn van uw vrede.

Anderen, waaronder opvallend veel Nederlands Gereformeerde collega's, zien het totaal anders. Zij stellen: je moet niet met de aanvoegende wijs vertalen. Niet de ' De HERE zegene u' en ook niet zoals de NBV heeft 'moge de HEER u zegenen'. Nee, je moet gewoon zeggen 'de HEER zegent u en behoedt u; Hij is u genadig en geeft u vrede'. Een collega hoorde ik daarover zeggen: God geeft zijn beloften niet in voorwaardelijke bewoordingen. Maar juist met grote stelligheid. Daarom zeg ik 'de HEER zegent u etc.'

Welke van deze twee interpretaties moet je nou kiezen? Nu is het nogal eens zo dat opgaat wat onze belijdenis zegt, namelijk dat wat in het Oude Testament duister is, in het Nieuwe Testament zeer helder wordt. Wie echter de Nieuw Testamentische zegen bekijkt, wordt op dit punt niet geholpen. Helaas.
Het Grieks kent namelijk zinnen zonder werkwoorden. Vaak moet de lezer dan zelf een vorm van het werkwoord 'zijn' invullen. Dat nu is precies het geval in de bekende zegenformule uit 2 Korintiërs 13: 13. Daar staat letterlijk De genade van de Here Jezus en de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest met u allen. ' Met u allen' hoor je wel? Geen werkwoorden. Of je nu 'zij' en 'is' moet gebruiken blijft open.

Broeders en zusters, het lijkt mijzelf het meest verstandig te blijven bij de vertaling die we kennen. Handhaven van de aanvoegende wijs dus.
Daarbij moeten we echter wel bedenken dat in taaleigen van het Hebreeuws. 'de HERE zegene u' een andere betekenis heeft dan het Nederlands ' lang leve de koningin'.
In het Hebreeuws heeft 'woord' namelijk dezelfde betekenis als 'daad'. Het Hebreeuwse woord 'dabar' betekent 'woord en daad'.
Wanneer God spreekt gebeurt er dan ook altijd iets. Denk maar aan de schepping: God sprak en het was er! Jesaja had weet van dit wonderlijke geheim. Want hij schrijft

Zoals regen of sneeuw neerdaalt uit de hemel
en daarheen niet terugkeert
zonder eerst de aarde te doordrenken,
haar te bevruchten en te laten gedijen,
zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten -
11 zo geldt dit ook voor het woord
dat voortkomt uit mijn mond:
het keert niet vruchteloos naar mij terug,
niet zonder eerst te doen wat ik wil
en te volbrengen wat ik gebied.


Gods woorden hebben effect! Wanneer God spreekt gaat dat gepaard met het zenden van kracht waarmee Hij dat woord effect geeft. Iemand typeerde de zegen daarom als 'een belofte waaraan God zich zeker zal houden'. De zegen is dus meer, veel meer dan een vrome wens, meer dan een gebed.

Dat God dan toch voor de aanvoegende wijs heeft gekozen heeft te maken met het feit dat een mens er niet vanuit moet gaan dat die zegen ook automatisch effect heeft in z'n leven.
De zegen zal alleen dan effect sorteren wanneer er van de kant van de mens een gepaste reactie op de zegen komt. De vraag is niet of de HERE wil zegenen. Nee de vraag is of wij wel door de HERE gezegend wìllen worden.

Precies met oog daarop zegt de gemeente 'amen' op de zegen. Wanneer jij amen zegt op de zegen zeg je daarmee:
Ik sta open voor Gods zegen. In de komende week wil ik niets liever dan in afhankelijkheid van en in vertrouwen op God leven.
Het is mijn verlangen Jezus Christus niet voor schut te zullen zetten, zodat Hij Zich voor ons zal moeten schamen. Graag wil Ik Hem ook in de komende week Heer over mijn leven laten zijn.

Hoe wezenlijk de houding van de ontvanger is werd me nog weer eens duidelijk toen ik las over de bekende ds. Smytegelt uit Middelburg. Hij leefde van 1665 tot 1739.
Toen het stadsbestuur van Middelburg met een nieuwe belastingwet kwam, kwam er massaal protest van de bevolking. Het stadsbestuur vroeg ds. Smytegelt: 'Eerwaarde zou u vanaf de preekstoel op het volk willen inpraten?'
Maar ds. Smytegelt liet zich niet voor het karretje van de overheid spannen. In een vurig betoog stelde hij de volgende zondag: 'Als de overheid een ander beleid zou voeren, zou die belasting verhoging totaal overbodig zijn'.
Alle kerkgangers hoorden met tevreden gezichten deze preek aan. Na de slotzang ging men staan om de zegen te ontvangen. Maar in plaats van de vertrouwde klanken van de zegen hoorde de gemeente van Middelburg iets heel anders….
Ds. Smytegelt weigerde namelijk de zegen te geven. Hij zei: 'Hoe zou ik een volk, dat de overheid niet gehoorzaam is, de zegen kunnen geven?' en daalde van de kansel af.

Met andere woorden als u niet, zoals in de bijbel staat, belasting wilt betalen aan wie belasting toekomt en de overheid niet onderdanig wil zijn' bent u de zegen niet waardig. Wie bij voorbaat al ongehoorzaam aan God is, heeft niet de gepaste houding om de zegen te ontvangen.

Toen de ds. Smytegelt, samen met de kerkenraad, de kerk uitliep zag hij veel huilende mensen. Hij interpreteerde die de tranen als 'tranen' van berouw. Bij de uitgang aangekomen maakte hij daarom rechtsomkeert, beklom opnieuw de kansel en sprak: ' Ik zie het, ik kan u niet ongezegend laten gaan, en ik zal u de zegen geven. De zegen is voor berouwhebbenden, die van hun wederspannigheid en ongehoorzaamheid terugkeren'. (Westland, 102)

Broeders en zusters, zo wordt duidelijk: wie als een gezegend mens de kerk wil verlaten zal dus met een houding van geloof en afhankelijkheid de zegen moeten ontvangen. Als je hart niet de juiste houding heeft, je leven niet afgestemd is op God zal de zegen daarop afketsen. Ja dan loop je een groot risico met de schaduwkant van de zegen in aanraking te komen, namelijk Gods vloek.
Een vreselijke werkelijkheid is dat…. Want wie de zegen veracht trapt God op z'n hart en krijgt met Gods toorn te maken. Wanneer God zijn beschermende handen van je aftrekt heeft de duivel vrijspel; als God je niet in genade aanziet is contact met Hem onmogelijk, nu en na je dood. Wanneer God Zich van jou afwendt zal je leven vol onvrede blijven.

Kijk, precies voor dat alles wilde de HERE Zijn volk in de woestijn behoeden. De priesters ontvingen de opdracht het volk te zegenen en ook op een heel speciaal moment. Men verbleef namelijk bij de berg Horeb in de Sinaiwoestijn.
De kans dat het volk zich tijdens het vervolgtraject op weg naar het beloofde land zou verharden was levensgroot.

Daar bij de berg Horeb had het volk het namelijk enorm goed. God de Vader had zijn kinderen flink in de watten gelegd.
Bij de berg Horeb was Gods aanwezigheid heel concreet te zien, te horen en te voelen. Toen God verscheen beefde de aarde, rookte de berg en straalde Mozes' gezicht de heerlijkheid van God uit.
Bij de berg Horeb ontving het volk de 10 geboden: een grondwet om als volk van God harmonieus te kunnen samenleven. In de tabernakel ontving men een mobiel heiligdom waar men God kon ontmoeten en vergeving van zonden konden ontvangen.

Prachtig allemaal, maar men ziet natuurlijk als een berg op tegen het verlaten van deze geweldige pleisterplaats. Moeilijk om de woestijn weer in te gaan. De woestijn met z'n hitte, z'n gebrek aan water, z'n rovers en eindeloos lange etappes.
Precies op het moment waarop men klaar staat die akelige woestijn weer in te gaan ontvangt het volk voor het eerst Gods zegen. En voortaan zal dat elke dag na zowel het ochtend- als avondoffer het geval zijn!
Op die manier communiceert God: hoe moeilijk jullie weg ook is, Ik trek met jullie mee! En je zult merken: als het aan Mij ligt maak in mijn beloften waar!

Want in de zegen krijgt het volk geweldige dingen te horen! Drie keer staat er HERE met hoofdletters. Dat is de naam waarmee God Zich, via Mozes, aan het volk bekend maakte. Jahwe, HERE, betekent Ik ben die Ik ben, Ik was er, Ik ben er en Ik zal er zijn. Zoals Mij is er niemand.
Wij broeders en zusters mogen de HERE kennen dankzij Jezus Christus, Zijn eniggeboren lieve Zoon. Hem van wie de engel tegen Jozef zei: Hij zal Immanuël heten: God met ons! In en dankzij de Here Jezus krijgt de zegen voor ons een enorme verdieping.

Nu op naar de inhoud. De HERE zegene u en behoede u; Daarmee biedt de HERE zijn bescherming aan. Bescherming waar vaak om gebeden zal zijn. Want zo'n grote groep van mensen en vee is een aantrekkelijk object voor dieven en rovers.
Gevaarlijk in de woestijn zijn ook slangen en schorpioenen, deze kunnen namelijk dodelijke beten toebrengen. Bovendien zal het volk op weg naar het Beloofde Land nog tal van vijandige volken tegenkomen.

De HERE, zegt: Ik zal jullie behoeden. In het Hebreeuws staat daar een woord waar ons woord 'smeris' van afgeleid is. Het Hebreeuwse woord 'sjomeer' betekent 'bewaker'.
Via de priesters zegt de HERE dus tegen het volk: Niet bang zijn, Ik ben bij jullie, Ik ben met jullie sjomeer, jullie bewaker. In Mijn hoede zijn jullie veilig.

Geen loze woorden. Want onder Gods hoede overleefde het volk Israël de barre woestijntocht en mocht het meemaken hoe de HERE op wonderlijke wijze Zelf afrekende met vijandige volken. De HERE Zelf creëerde woonruimte voor Zijn volk in het beloofde land Israël.

Kijk, als jij de Here Jezus als je Redder kent en op Hem vertrouwt mag ook jij geloven en ervaren, zoals een lied zingt: In Gods hoede ben ik wèl geborgen (Lied 221: 3)
Met Paulus mag je jubelen: Niets of niemand kan mij scheiden van de liefde van God welke is in Christus Jezus onze Here. Jezus zei tegen Petrus: Simon, Ik heb voor jou gebeden dat jouw geloof niet zou bezwijken en de satan je niet zou ziften als de tarwe. Diezelfde Jezus bidt voor jou in de hemel en waakt over je. Hij is jouw sjomeer. Jouw bewaker.
Spanningen, zonde, zorgen, verdriet kunnen jou er daarom niet onder krijgen. Want, Als God, mijn God maar voor mij is, wie is er dan mij tegen? Dan werken druk en droefenis mij nochtans tot een zegen; dan waakt alom een englenwacht, dan zie ik sterren in de nacht en bloemen op mijn wegen (Lied 466:1)

De HERE doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig; 'Ogen zijn de spiegels van de ziel, zeggen wij wel eens. Ook zeggen we wel eens: 'zijn gezicht spreekt boekdelen'. Met andere woorden de manier waarop iemand kijkt zegt heel veel over wat er zich in hoofd en hart afspeelt aan gevoelens en gedachten.
De HERE zegt: Wanneer jullie Mij om hulp vragen kijk Ik jullie stralend aan! En dat is zo omdat Ik jullie genadig wil zijn.
Genade die rust op het offer dat de priesters zojuist hadden volbracht. Want de zegen werd, zo zei ik al, altijd gegeven na het morgen- en avondoffer.

Precies daarom ontvang je de zegen ook pas aan het einde van de kerkdienst. Want preken is naar het woord van Paulus 'de bediening der verzoening'.
In de preek wordt je telkens opnieuw verteld: voor een ieder die zijn of haar vertrouwen op Jezus stelt is vergeving van zonden en daardoor weer contact met je hemelse Vader mogelijk. Hij die je dan door Zijn Geest vernieuwt naar het beeld van de Here Jezus.
Die boodschap waar je zo geweldig blij van mag worden werd vandaag nog eens onderstreept met brood en wijn.
Op basis van Jezus' offer aan het kruis, mag ook jij delen in Gods zegen. Er vast op rekenen dat wanneer jij bidt, Hij je stralend aankijkt en vol aandacht is. Want Zijn aangezicht licht over jou.

Zo heeft God het laten zien in Zijn Zoon. Want toen de Here Jezus de schare zag dacht Hij: 'deze mensen zijn als schapen zonder herder'. Tegelijk werd Hij met innerlijke ontferming bewogen. Jezus' ogen lieten zien wat er in Zijn hart omging.
In reactie op alle ellende die Hem aangreep mobiliseerde de Here Jezus zijn discipelen en zond hen uit met opdracht mensen te genezen en te bevrijden van boze geesten. Ook Jezus' woord was en is daad!

De HERE verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede. In de Bijbel is het tegenovergestelde van ' je aangezicht verheffen' 'je aangezicht laten vallen'.
Wanneer Kaïn merkt dat God zijn offer niet aanziet 'liet hij zijn aangezicht vallen', zegt Genesis 4 (vers 5 S.V.) Met andere woorden hij wilde God niet meer aankijken. God bevraagt hem hierop. 'Waarom ben je zo kwaad, waarom is je aangezicht vervallen? Met ander woorden waarom keer je Mij de nek toe?

Merk je wel? Wanneer de HERE zijn aangezicht over ons verheft, wil Hij contact met ons! Hij wil dolgraag ons Zijn sjaloom geven, Zijn vrede geven.
Hij wil werken aan het herstel van wat kapot is. De HERE is uit op vrede tussen man en vrouw in het huwelijk, tussen ouders en kinderen en omgekeerd, tussen werkgevers en werknemers; vrede tussen jou en je familie; vrede tussen jou en je broeders en zusters.; tussen jou en je buren.
En het meest diep van al: vrede tussen jou en God Zelf. Vrede die Jezus voor jou heeft mogelijk gemaakt. Jezus zegt: Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet.
Paulus schrijft: Wij zijn dus als rechtvaardigen aangenomen op grond van ons geloof en leven in vrede met God, door onze Heer Jezus Christus. (Romeinen 5: 1). Dat is een vrede die alle verstand te boven gaat en je gedachten behoed en je hart regeert.
Geweldig als je mag geloven en ervaren dat Jezus' sjaloom in jouw leven hoe langer hoe meer werkelijkheid wordt!

Broeders en zusters, de rijke inhoud van de zegen wordt door de HERE ook nog eens onderstreept door de vorm waarin deze wordt meegedeeld.
De bladspiegel in het Hebreeuws is namelijk heel bijzonder. Elke zin is namelijk langer dan de volgende zin. De eerste zin drie keer vijf letters; de tweede zin vier keer vijf letters; de derde zin vijf keer vijf letters.
Iemand zei: 'Het is net een golf die op en neer gaat, een aanzwellende stroom, waarvan sjaloom de climax vormt'. (W.Janse) De zegen komt als het ware als een warme douche over je.
In totaal bestaat de zegen uit vijftien woorden, waarvan drie keer de Godsnaam Jahwe, HERE, zoals we al zagen. Blijven er naast de Godsnaam dus nog twaalf woorden over…. Precies, dat is evenveel als er stammen in Israel zijn. Met andere woorden Ik, de HERE, wil iedereen in de verbondsgemeente laten delen in Mijn zegen.

Die zegen moeten de priesters 'opleggen' zo staat er. Zij doen dat door middel van hun handen. Het is trouwens vanwege dit 'opleggen' dat wij ook spreken over 'het dragen' of 'meedragen de zegen van de HERE'.
Bij dat opleggen van de handen moeten we niet denken dat de zegen door het gebaar wordt overgedragen of op een mens neerdaalt.
Denk maar eens aan de priester Zacharias, de vader van Johannes de Doper. Hem wordt in de tempel door de engel tijdelijk zijn spraak ontnomen. Als hij dan buitenkomt om het volk te zegenen steekt hij zijn armen uit, maar het lukt hem niet de zegen uit te spreken. En dus wordt het volk niet gezegend.

Niet het gebaar, maar het gesproken woord bemiddelt de zegen! Het gebaar dient slechts tot ondersteuning van het gesproken woord. Het is een extraatje: zo zeker als de hand voor jou hoofd is bedoeld, zo zeker is het dat God ook jou wil zegenen.

Nu is er in de Joodse traditie veel te doen over hoe degene die zegent zijn armen dient op te heffen en ook over hij zijn handen precies moet houden.
De armen mogen, aldus de rabbijnen, nooit hoger dan het voorhoofd worden geheven. Want op het voorhoofd van de hogepriester bevond zich een voorhoofdsplaat waarin de Godsnaam stond gegraveerd. Wie zijn armen hoger dan die heilige Gods naam heft, verheft zich boven de HERE God.

Als het om de handen gaat vinden de rabbijnen dat pink en ringvinger bij elkaar gehouden moeten worden, evenals de wijs en ringvinger (laten zien). Op die manier ontstaat namelijk de letter 'sjin'. (volgens Westland, 78)
Deze letter 'sjin' herinnert degene die gezegend wordt aan een aantal woorden die met deze letter beginnen.
Hij/zij die gezegend wordt zou de letter 'sjin' kunnen associëren met het woord 'sjeem', 'naam'. De naam die op het volk moest worden gelegd.
Met de letter 'sjin' begint ook de het woord ' sjaddai', Almachtige, zo wordt nog eens extra duidelijk dat God ook in staat is zijn gesproken woord in daad om te zetten.
Ook de Hebreeuwse woorden voor 'zon' 'sjèmès' en vrede 'sjaloom' beginnen met de letter 'sjin'. De 'sjin' zou zo de inhoud van de zegen nog eens onderstrepen: God geeft vrede, zijn gelaat straalt als de zon voor jou en doet je in Zijn licht wandelen.

Anderen zien het anders. Als je zegent moet je handen niet rechtop houden, maar juist plat. Want zo wordt duidelijk: God wil als een dak boven jouw hoofd zijn, jou in Zijn armen sluiten!
Hoe dan ook, de handen die je op afstand ziet, zijn voor jou persoonlijk bedoeld. Zegenen gebeurt op afstand, want praktisch is het onmogelijk om aan het einde van de dienst iedereen persoonlijk de handen op te leggen. Dan zou ik straks nog wel een poosje bezig zijn.

Die handen zijn dus bedoeld om naar te kijken! Als het gebed zou zijn, ja dan zou je je ogen dicht moeten hebben, maar dan zouden ook de handpalmen open naar boven moeten zijn.
Zegenen doe je niet met de handpalmen naar de hemel gericht, maar met de handpalmen naar de hoofden gericht. (voordoen)
Het zijn geen handen die het gebed ondersteunen, maar handen die het geven ondersteunen. Handen dus om naar te kijken. Geconcentreerd naar te kijken, niet gedachteloos.

Die handen leggen Gods naam op jou. Daarmee zegt de God van het verbond : Jij bent van Mij. Jij bent mijn eigendom en wat mij betreft deel jij daarom in Mijn bescherming, in Mijn genade en mag je in vrede met Mij leven.
Iemand noemde de zegen eens 'Gods audiovisuele heilsaanbieding'. Een mooier einde van een kerkdienst, een mooier begin van de week dan deze combinatie van 'audio' 'horen' en 'visio' 'zien' is niet denkbaar!
De zegen is een geweldige gave van Gods kant. Aan jou de opgave om die zegen niet in de weg te staan. Amen.