Jezus geeft kwaliteit aan dood en leven

 


 

 


 

Orde van dienst bij Filippenzen 1: 21

Thema: Jezus geeft kwaliteit aan dood èn leven
Een dienst waarin het Heilig Avondmaal bediend wordt.

  • Welkom en mededelingen
  • Psalm 65: 1 en 2
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Opwekking 32 (kinderlied)
  • Gebed
  • Lezen Lucas 16: 14 - 15, 19 - 31; Filippenzen1: 12 - 26
  • Collecten (tijdens de collecten verlaten de kinderen de zaal)
  • Lied 78: 1 en 2
  • Verkondiging
    Tekst: Filippenzen1: 21
    Want voor mij is leven Christus en sterven winst.
  • Opwekking 544
  • Lezen van de instellingswoorden (Lucas 22: 14 - 20)
  • Lied 319: 1,4 en 5
  • Tafel 1 en Lied 169: 6 (Christus is ons leven)
  • Tafel 2 en Lied 477:1 (dat leven is een geschenk van de Geest)
  • Tafel 3 en Opwekking 461 (leven met Jezus maakt ons nu blij)
  • Tafel 4 en Lied 109: 1, 2 en 5 (die blijdschap is in de hemel nog groter)
  • Samen bidden we het Onze Vader
  • Leefregels
  • Psalm 68: 10 en 17 O.B.
  • Zegen
  • Hardop gesproken amen

Preek

Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Er bestaat een spreekwoord dat zegt: zoals de ouders zongen, piepen de jongen.
Mensen die leiding geven aan de kindernevendienst, of zich met een andere vorm van jeugdwerk bezighouden, hebben daarom meestal aardig in de peiling hoe er onder de gemeenteleden over geloof en kerk wordt gedacht.
Wat kinderen tijdens de nevendienst of op club over God en de kerk vertellen hebben ze immers negen van de tien keer van hun ouders gehoord.

Weet je? Ergens in het land werd tijdens een kindernevendienst eens de gelijkenis over ‘de rijke man en de arme Lazarus’ verteld. In het gesprek dat volgde, zei een jongetje: Juf, ik zou op aarde wel de rijke man willen zijn en als ik dood ben de arme Lazarus!
Op aarde als de rijke man willen zijn en in de dood als de arme Lazarus, dat lijkt inderdaad nogal wat mensen ideaal, ook in de kerk. Zoals de ouders zongen, piepen de jongen.
Anders gezegd: nogal wat mensen willen wel met Christus sterven, maar eigenlijk niet met Hem leven.
Met Christus leven wordt dan als verlies gezien. Want leven met Jezus betekent inleveren. Van een Christen wordt immers gevraagd mensen en dingen los te laten en sommige praktijken na te laten. Geloven is in hun beleving vooral: van alles niet mogen.
Het leven van die rijke man is simpeler en trekt. Die rijke man is immers eigen baas en kan doen en laten waar die zin in had. Hij is net zo gelukkig als de persoon die d.m.v. een staatslot in de afgelopen week de jackpot won en nu 25 miljoen euro rijker is…..
Maar…. volgens Jezus komt de rijke man verkeerd uit… Na de dood was het leven voor hem een hel. Nee, sterven zonder Christus gaat niet.

Kon ik op aarde maar zijn als die rijke man en in mijn dood als de arme Lazarus!
Ik weet niet hoe het met u en jou is, maar ergens diep in mij is een bodem waarin deze gedachte soms weerklank vindt. Vanwege de zonde die nog in mij over is, wil iets in mij soms leven zonder God; is er iets in mij dat huivert voor de dood.
Broeders en zusters, het is Paulus die mijn aangeboren hang naar een leven zonder God en mijn aangeboren angst voor de dood overstemt.
Want vanuit de gevangenis in Caesarea meldt Paulus iets heel bijzonders. Paulus zegt: Mensen luister! Ik geloof niet omdat ik dan na m’n dood goed uitkomt, ik geloof niet omdat mij in hiernamaals een vette kluif wacht.
Nee, het is met mij heel anders gesteld! Weet je waarom ik geloof? Omdat ik het geweldig fijn vind in het hier en nu, door, met en voor de Here Jezus te leven. En omdat ik nu met Jezus leef kan ik daarom ook sterven! Voor mij is leven Christus en sterven winst. Jezus geeft kwaliteit aan dood èn leven!

Met dit woord wil Paulus allereerst de gemeenteleden van Filippenzen. geruststellen. Nu Paulus in gevangenschap verkeert maken ze zich in Filippenzen. grote zorgen. De gemeenteleden van Filippenzen. vragen zich bezorgd af: Hoe zal het toch met Paulus in de gevangenis zijn? En: Hoe moet het verder met verspreiding van het evangelie nu de grootste evangelist in de gevangenis zit?

Paulus laat weten, zo hoorden we drie weken geleden en vanmorgen lazen we het opnieuw: Filippenzen jullie hoeven je nergens zorgen over te maken! Hier in Caesarea heb ik het evangelie aan de Romeinse stadhouders Felix en Festus en voorname burgers uit de stad kunnen verkondigen.
Bovendien heb ik met soldaten over de Here Jezus kunnen spreken. Verschillende van hen zijn zelfs tot geloof gekomen. En heel bijzonder: de gemeenteleden van de kerk in Caesarea hebben door mijn optreden weer moed gevat, zijn uit hun schulp gekropen en spreken in het openbaar weer over Jezus Christus.
Jullie merken wel: Gods heeft alle frustratie omgebogen in inspiratie! Dat Christus wordt groot gemaakt, daar word ik nu echt geweldig blij van!

Nee, de Filippenzen hoeven zich wat dat betreft geen zorgen te maken. Ze hoeven in Filippenzen zelfs niet bezorgd te zijn over al die predikheren die Paulus tegenwerken.
Er zijn namelijk broeders in de gemeente van Caesarea die Paulus' gevangenschap een ideaal moment vinden om hem eens op z'n nummer te zetten.
Die Paulus met z'n grote mond, z'n scherpe pen en zijn enorme invloed zullen wij, nu hij in de gevangenis zit, wel eens even een kopje kleiner maken.
Die mannen proberen met zoveel succes het evangelie te verkondigen dat Paulus van jaloersheid uit z'n vel zal springen.

Deze mensen zijn er dus op uit Paulus in diskrediet te brengen. Zodoende worden zij zelf belangrijker en groter. Zij willen Paulus slapeloze nachten bezorgen. Paulus weet wat deze mannen drijft.
Hun motief is afgunst, rivaliteit en nijd; er sprake van eigen belang en onzuivere bedoelingen, ze proberen mijn gevangenschap te verzwaren, schrijft Paulus in vers 17.

Broeders en zusters, deze mensen halen dus het bloed onder Paulus’ nagels vandaan. Want zij zagen aan de poten van Paulus’ stoel en gooien zijn naam te grabbel.
Extra zwaar is dat het geen vreemden zijn, maar broeders en zusters die Paulus goed kent. Mensen met wie hij hetzelfde geloof deelt….
Paulus heeft het er geweldig moeilijk mee, want in vers 19 citeert hij, via de Grondvertaling van het Oude Testament, een vers uit Job 23. Job die als alles om hem heen wegvalt heel erg teleurgesteld raakt in zijn vrienden. Job zal heel diep. Wanneer Paulus in de gevangenis aan Job moet denken, weten we hoezeer Paulus teleurgesteld is geraakt in zijn vrienden uit de gemeente.

Maar Paulus wil hen niet met gelijke munt terugbetalen en zet zijn hakken niet in het zand. Paulus veroordeelt hen niet, maar meldt zelfs iets positiefs te zien in hun optreden: Ook al is het met onzuivere bedoelingen, toch verkondigen zij Christus. Daarom kan ik zelfs blij zijn met deze broeders. Paulus weet: 't gaat niet om mijn eer, maar om die van Jezus.
Paulus zou zich herkend hebben in wat Toon Hermans eens in gedichtje zei: De roem van mensen is slechts schijn, je kunt alleen maar groot zijn in het klein. Als Christus groot gemaakt wordt, wil Paulus wil zich absoluut klein maken.

Weet je wat Paulus zijn geheim is? Weet je waarom Paulus kan reageren zoals hij reageert? Omdat het leven hem Christus is! Want voor mij is leven Christus.
Om duidelijk te maken wat Paulus bedoelt, zou je drie voorzetsels -die Paulus in andere brieven gebruikt- aan dit zinnetje kunnen toevoegen. Ik leef door, met en voor Christus!

Paulus leeft door Christus. Dat wil zeggen Paulus heeft mogen ontdekken dat Jezus hem van zijn eigenwijze zelfzuchtigheid heeft afgeholpen door die aan het kruis op Golgotha te nagelen.
Jarenlang draaide Paulus' leven om Paulus en Paulus alleen. Voordat Paulus Jezus leerde kennen werkte hij voortdurend en uitsluitend aan het op poetsen van zijn eigen imago; was hij voortdurend met zijn pr. bezig.
In Israël rees zijn ster onder Joodse leiders omdat hij met grote ijver en volharding de aanhangers van Jezus vervolgde. Niemand zo ijverig in het vervolgen van de gemeente dan Paulus
Maar Jezus Zelf riep hem, toen Paulus op weg was naar Damascus, vanuit de hemel een halt toe. In het stralende, hemelse licht van Jezus kon Paulus niets anders dan zijn zonden belijden: Hier, Here Jezus, hebt u mijn grote ego, ik wil geloven dat u ook voor mijn ik-gerichtheid aan het kruis bent gestorven, wilt U mij vergeven? Paulus is sindsdien niet langer vijand van Jezus, maar vriend van Jezus. Die unieke, heerlijke vriendschap is absoluut geen eigen verdienste, maar heeft Jezus Zelf mogelijk gemaakt. Paulus leeft door Christus.

Broeders en zusters, avondmaal vieren is concreet je zonden belijden en weten, belijden en geloven: ook ik mag door Christus leven! Dat is net zo zeker als ik van het brood eet en van de wijn drink.
Wie zichzelf te groot weet om zonden te belijden of stiekem zonden voor God achterhoudt heeft daarom aan de tafel niets te zoeken. Voor God kun je alleen maar ‘groot zijn in het klein’!

Paulus leeft ook met Christus. Dat wil zeggen er is een levende band tussen Paulus en Christus. Zoals sommige mensen haast doorlopen met een vriend of vriendin, met hun man of vrouw bellen of sms'en, is het ook met Paulus en Jezus. Er is doorlopend overleg, doorlopend contact. Paulus leeft met Christus.

Aan de avondmaalstafel blijven we niet bij de tekenen van brood en wijn blijven staan maar heffen we ons hart opwaarts naar de hemel waar Christus troont aan de rechterhand van Zijn hemelse Vader.
Avondmaal vieren kan alleen maar wanneer je een levende relatie met de Here Jezus hebt. Juist aan tafel is het ook goed om te bidden en te zeggen: Dank Here Jezus dat u leeft, wat een voorrecht dat ik samen met U door het leven mag gaan.

Paulus leeft ook voor Christus. Dat wil zeggen Paulus probeert zo te leven dat zijn Redder, Jezus Christus, daar blij mee kan zijn. Paulus heeft ontdekt: Jezus houdt van mij. Jezus heeft er alles aangedaan om mij zo goed mogelijk te laten functioneren, mij echt te laten leven.
Paulus op zijn beurt probeert het Jezus naar de zin te maken. Zijn specialiteit daarbij is het verkondigen van het evangelie! Want de liefde zoekt zichzelf niet en is niet uit op eigen belang, maar juist uit op het belang van de ander. Paulus doet niets liever dan de belangen van Jezus behartigen. Hij leeft voor Jezus.

Broeders en zusters, avondmaal vieren is opnieuw belijden: Heer, ik leef alleen voor U. Avondmaal vieren is je opnieuw toewijden aan Christus: Doe Uw wil in mij, laat mij vol zijn van Uw liefde Heer, openbaar in mij Uw naam.

Broeders en zusters juist omdat Paulus kan zeggen: ik leef door, met en voor Christus, heeft zijn leven hier op aarde geweldig veel kwaliteit!
Vergis je niet. Dat Paulus positief over het leven sprak was in zijn dagen vrij uniek. Onder invloed van de Griekse filosofie dacht praktisch iedereen negatief over het leven: De ziel zit opgesloten in het lichaam. Gelukkig word je pas wanneer je sterft en je ziel eindelijk verlost is van dit aardse bestaan.
Maar Paulus heeft ontdekt: Dankzij Jezus is het leven op aarde al meer dan de moeite waard! Jezus geeft bijzonder veel kwaliteit aan mijn leven in het hier en nu! Paulus is het is zwaar oneens met dat jongetje uit de kindernevendienst en al die anderen die wel met Jezus willen sterven, maar eigenlijk niet met Hem willen leven.

Omdat het leven voor Paulus Christus is, heeft zijn leven zelfs zoveel kwaliteit, dat hij in de gevangenis, ondanks het verdriet dat zij hem bezorgen, zelfs nog positief op die predikers met hun bijbedoelingen kan reageren!
En Paulus beseft maar al te goed: Dat ik zo kan reageren is geen verdienste van mijzelf. Nee, dat heb ik te danken aan de Heilige Geest! De Geest die dankzij jullie gebed, gemeente van Filippenzen, in mijn leven super actief is. Op jullie gebed heeft God mij de hulp, de bijstand van de Heilige Geest geschonken.
Alleen daarom kan ik blij zijn met de prediking van broeders die mij als een lastige concurrent beschouwen.

Iemand zei eens: Je zou het woord ‘hulp’ uit vers 19 ook kunnen vertalen met ‘sponsor’. De Heilige Geest is Paulus' sponsor. Met andere woorden de Geest verschaft Paulus de middelen die hij van zichzelf niet heeft, maar die hij wel nodig heeft om overeind te blijven en het vol te houden. De Heilige Geest sponsort Paulus met de middelen die Jezus door Zijn kruisdood heeft verdiend.
Het is de Geest van Jezus waardoor Paulus kan zeggen: voor mij is leven Christus. Wie avondmaal vier komt met lege handen naar de tafel, in het besef dat de Heilige Geest ook jouw sponsor wil zijn en het uit Christus wil nemen en ook aan jou wil uitdelen.

Wanneer je aan Paulus zou vragen: wat zou je nou 't liefst willen in je leven? Weet je wat Paulus dan zou antwoorden?
Zou Paulus zeggen: Wat ik het liefste wil? De jackpot winnen. Op vrije voeten komen en de gevangenis verlaten. Een mooi groot huis, rust, comfort, een paar keer per jaar op vakantie en gezondheid.
Nee, Paulus zou antwoorden: Wat ik het liefste wil, is dat Christus in en door mij groot gemaakt wordt.

Kijk daarom wil Paulus ook best blijven leven. Want wanneer hij nog tijd van leven heeft kan Hij over Jezus blijven vertellen en leiding geven aan het kerkelijk leven.
Paulus beseft dat de Filippenzen meer hebben aan levende Paulus dan aan een dode Paulus Wanneer hij blijft leven kan hij nog vrucht dragen. Zijn vruchten zouden dan ook de Filippenzen ten goede kunnen komen. Hun geloof zou groter kunnen worden zij zouden door Paulus’ optreden kunnen toenemen in blijdschap. Schrijft Paulus in vers 25.
In leven blijven is de meest gunstige optie voor de gemeente van Filippenzen. En omdat Paulus zijn broeders en zusters het allerbeste gunt, lijkt hem dat zelf ook de meest geschikte optie. Omwille van u is het beter dat ik blijf leven.

Maar toch houdt Paulus ook sterk rekening met die andere mogelijkheid. Paulus rekent sterk met de mogelijkheid te moeten sterven. Want waarom bevindt Paulus zich in de gevangenis? Paulus zit vast omdat de Joodse leiders in Jeruzalem aanslag op zijn leven hadden gepland. Het plan van die sluipmoord was uitgelekt en daarom was Paulus uit veiligheidsoverwegingen naar Caeserea overgebracht.
Maar daar in Caeserea was hij overgeleverd aan de wispelturige karakters van de Romeinse stadhouders. Hij zou maar ter dood kunnen worden veroordeeld.
In hoofdstuk 2 vers 18 schrijft hij: Mijn bloed kan zomaar als offer worden uitgegoten. Paulus is zijn leven dus niet zeker, hij leeft onder permanente doodsdreiging.

Paulus weet hoe moeilijk sterven is. In zijn brief aan de Korintiërs. noemt Paulus de dood immers ‘onze laatste vijand’. De dood is een akelige, harde vijand die de banden met mensen van wie we houden doorsnijdt.
De dood maakt een einde aan ons liefhebben, aan onze Plannen, aan onze hobby’s, kortom alles wat het leven zo mooi kan maken.

En toch wil Paulus ook graag sterven. Maar niet op de manier waarom vandaag soms mensen naar de dood verlangen. Want wanneer mensen vandaag naar de dood verlangen is negen van de tien keer een afname van de kwaliteit van leven de oorzaak. Depressies, ongeneselijke ziekten, ernstige benauwdheden, ouderdom enz. maken dat velen liever het leven op een gegeven moment willen verlaten. Maar zo lang het goed gaat peinzen ze er niet over.

Bij Paulus is iets dergelijks echter niet aan de orde. Paulus wil niet dood omdat hij het in de gevangenis niet meer zit zitten of zoiets.
Nee, dat Paulus sterven als winst ziet houdt verband met Christus. Paulus weet: Christus kan niet alleen groot gemaakt worden als ik blijf leven, Christus kan ook door mijn sterven worden grootgemaakt. Sterven zal zowel voor mijzelf als voor de voor de kerk winst betekenen.

Broeders en zusters, wanneer Paulus over sterven schrijft, kan het niet anders of hij moet aan een marteldood hebben gedacht. Een executie vanwege zijn geloof. Zo’n dood zal tot eer van Christus zijn, want zelfs oog en oog met de dood zal Paulus van zijn Her blijven getuigen!

'k Moest daarbij denken aan wat ik eens las over een Chinese zuster Chen is haar naam.
Zij was lid van een huisgemeente. In sommige delen van China worden de leden van de zogenaamde huisgemeenten helaas ernstig vervolgd. Met het oog op de olympische spelen nemen die vervolgingen op dit ogenblik zelfs weer hand over hand toe.
Zuster Chen werd vanwege haar geloof in de Here Jezus gevangen genomen, geslagen en gemarteld. Zij werd ernstig ziek en vroeg de plaatselijke autoriteiten: Wilt u mij naar het dorpsplein brengen?
Nu dat mocht, want meer dan eens herriepen gevangenen in het openbaar hun standpunten en verloochenden zij op het dorpsplein hun Heer.
De plaatselijke autoriteiten waren er dan ook van overtuigd dat mevrouw Chen zichzelf zou bekritiseren en haar geloof publiek zou verloochenen. Zo zou zij haar goede naam terug krijgen en rustig kunnen sterven.
De zieke en ernstig verzwakte vrouw moest door twee agenten het podium worden opgesleept. Toen zij daar eenmaal stond en haar honderden dorpsgenoten aankeek opende ze haar mond.
Weet je wat ze zei? Aan God komt de eer toe. Jezus is mijn Heer! Meer adem had onze zuster Chen niet, zij zakte in elkaar en stierf. Omdat zuster Chen wist: het leven is voor mij Christus, kon zij ook sterven!
Reken maar dat dat ene zinnetje Aan God komt de eer toe. Jezus is mijn Heer! Bij heel veel mensen die op dorpsplein haar dood hadden bijgewoond nadien nog lang in hun hoofd heeft gerepeteerd!

Wanneer Paulus zal sterven zou dat ook op een dergelijke wijze gaan. Jezus' naam zou er door grootgemaakt worden. Zoals later bij zuster Chen, zou ook Paulus' martelaarsbloed zaad voor de kerk zijn.

Maar ook voor hemzelf zou sterven beter dan leven zijn. Voor mij is het leven Christus en sterven winst.
Winst voor de gemeente en winst voor Paulus zelf. Want, zo schrijft Paulus, met Christus te zijn is het allerbeste.
En zo is dat! Wanneer je van iemand houdt, wil je niets liever dan samen zijn. Toen Sarien en ik verkering kregen, woonde Sarien in Middelburg en ik in Eindhoven. Elke avond voerden we lange telefoongesprekken.
Hoewel we meestal mooie gesprekken voerden, waren de zaterdag en zondag voor ons de mooiste dagen van de week. Niet omdat Sarien het in Middelburg zo ellendig had of ik in Eindhoven zo beroerd. Maar wel omdat we elkaar dan zagen, elkaar konden voelen, in elkaars nabijheid konden zijn.

Als je van elkaar houdt wil je zo veel mogelijk samen zijn. Nu zo is het ook voor Paulus Hier op aarde door met en voor Christus leven is top. Maar nog mooier lijkt het hem voor altijd in Jezus nabijheid te zijn. Hem te zien, te horen, aanraken, aan kunnen kijken, dat lijkt Paulus 't allermooiste, 't allerfijnste wat er is! Met Christus te zijn is het allerbeste.
In Christus nabijheid is immers geen zonde meer, geen concurrentie, geen ziekte, geen vragen en twijfels en geen dood! Te mogen sterven zou voor Paulus zelf inderdaad grote winst betekenen.
Nogmaals, niet omdat hij het zo moeilijk heeft, maar gewoon omdat hij van de Here Jezus houdt en ervan overtuigd is dat Jezus ook van hem, de voornaamste der zondaren, houdt!

Jezus, die gezegd heeft: Ik ben de opstanding en het leven, wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven, een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven; gelooft je dat?
Geloof jij dat Ik de opstanding en het leven ben?, vraagt Jezus. Paulus gelooft het! Op weg naar Damascus heeft hij mogen zien en horen dat Jezus leeft.
De Heilige Geest bracht hem tot een persoonlijk getuigenis: Voor mij is leven Christus en sterven winst.

Waar het nu op aan komt is of u of jij het Paulus kunt nazeggen: Voor mij is leven Christus en sterven winst; en ook: Voor mij is leven Christus en sterven winst.
't allerbelangrijkste in je leven is dus of u, of jij de Here Jezus kent en in het hier en nu al met Hem wilt leven! Met die vraag moeten wij allemaal -niemand uitgezonderd- klaar komen!
Het antwoord op deze vraag is bepalend voor je leven van nu en straks. Daarom stel ik hem aan iedereen hier in de kerk heel persoonlijk: Is de Here Jezus voor u, is Hij voor jou de allerbelangrijkste in je leven? Ja of nee!?

Wanneer je daaraan twijfelt of nee op moet zeggen is het goed daar met Christenen uit je omgeving over te spreken. Vraag of zij, zoals de gemeente van Filippenzen voor Paulus, voor en misschien ook wel met jou willen bidden.
En bidt zelf: HERE God schenk mij door de Heilige Geest geloof en bekering zodat ook ik door, met en voor Christus mag leven en dankzij Hem niet bang voor de dood hoef te zijn.

Wanneer je volmondig ja kunt zeggen: Ja, voor mij is het leven Christus en sterven winst, mag je als een blij en gezegend mens door het leven gaan en rustig sterven.
Dan kunnen je kinderen, je kleinkinderen, je broertje, je zus,je je neefje, je nichtje tijdens de kindernevendienst of op club vertellen dat zij uit jouw mond gehoord hebben dat de echoput gelijk heeft!
Want wat hoor je wanneer je in de echoput roept: leven! (3x), hoort: even! (3x); en wie roept: sterven! (3x), hoort: erven! (3x)

Broeders en zusters, wie avondmaal viert mag vooruit kijken. Wie met een oprecht hart avondmaal viert is erfgenaam van het eeuwige leven. Het eeuwige even dat in het hier en nu al begint. Want Jezus geeft kwaliteit aan dood èn leven! Amen.