Thema: Eén zijn in U, dat alleen maakt ons sterk!
Een dienst waarin het Heilig Avondmaal bediend werd.
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Bijna iedereen hier in de kerk zal op de een of ander manier wel hebben meegekregen dat Spanje onlangs het Europees kampioenschap voetbal heeft gewonnen.
Van tevoren hadden niet veel mensen gedacht dat juist Spanje kampioen zou worden. Dat weinigen van tevoren Spanje kansen toedichtten lag niet aan het spelersmateriaal. Aan goeie voetballers geen gebrek.
Velen zagen in Spanje geen kampioen omdat Spanje op vorige toernooien zelden hoge ogen gooide. Want meestal stonden er 11 individuen in het veld, maar geen elftal, geen eenheid, geen collectief, geen team.
In het verleden toonden de Spaanse voetballers zich grote egoïsten. De neuzen stonden niet dezelfde kant op, de spelers hadden weinig voor elkaar over, waren teveel uit op eigen eer.
Maar dit keer was het anders. Bondscoach Aragones wist de grote ego’s zo te bespelen en te masseren dat er opeens wel een team stond. Dit maal was het Spaanse elftal opeens wel een eenheid, beschikten de voetballers plotseling wel over de juiste mentaliteit
En juist vanwege de combinatie van heel veel kwaliteit en de juiste mentaliteit dwongen de Spanjaarden niet alleen een goed resultaat af, maar ook heel veel respect! In praktisch heel de wereld stak men de loftrompet over het Spaanse elftal.
Weet je? Als het om de gemeente van Fillipenzen gaat, wil Paulus net als bondscoach Aragones iets voor elkaar krijgen. Nee, de Fillipenzen spelen geen voetbaltoernooi, maar bevinden zich wel midden in een strijd.
Paulus zegt immers in vers 30: 'U voert dezelfde strijd die u mij vroeger hebt zien voeren en die ik, zoals u hoort, nog steeds voer.' In vers 28 heeft Paulus het over tegenstanders en vers 29 over lijden.
Paulus kent de situatie in Fillipenzen Want hij was, zo weten we uit Handelingen 16, een van de stichters van de kerk van Fillipenzen Paulus weet uit ervaring hoezeer het goede nieuws over Jezus Christus in Fillipenzen op verzet stuit.
Meteen na de eerste bekeerlingen, Lydia en haar huisgenoten, werd de duivel actief en probeerde een waarzeggende geest het werk van Paulus te verhinderen.
Paulus en Silas kregen, vanwege de verkonding van het evangelie, op de markt van Fillipenzen een fors aantal stokslagen. De leefstijl die deze mannen verkondigen passen niet bij die van ons Romeinen. Wat Jezus wil, is anders dan wij gewoon zijn en dat willen we niet, luidde de aanklacht.
Wanneer Paulus zijn brief aan de Fillipenzen schrijft, zijn we zo’n kleine 10 jaar verder. Maar Paulus weet dat het religieus klimaat in Fillipenzen niet is veranderd. God verandert niet, maar de duivel ook niet. Paulus bivakkeert opnieuw in de gevangenis, ditmaal in Israël. In het Romeinse hoofdkwartier in Caesarea ondervindt hij opnieuw weerstand tegen het evangelie.
En ook in Fillipenzen is er nog steeds openlijk verzet tegen het christelijk geloof. De gemeente heeft het daarom zwaar te verduren.
Juist die strijd maakt Paulus onrustig. Wanneer Paulus in gebed aan de gemeente van Fillipenzen denkt wordt hij geweldig blij, lezen we in 1: 4. Maar zijn blijdschap kent wel een schaduwrand. Zijn blijdschap is niet volkomen, de Fillipenzen maken hem niet volmaakt gelukkig, lezen in we in 2:1.
De oorzaak? Oorzaak is een schrijnend gebrek aan eensgezindheid. Paulus acht het gebrek aan eenheid met het oog op de strijd levensgevaarlijk. Paulus weet: wanneer ze in Fillipenzen niet schouder aan schouder staan, zullen ze de strijd tegen de heidense cultuur verliezen en zal de gemeente niet groeien. Niet groeien in kwaliteit en niet groeien in kwantiteit. Paulus weet: Alleen één zijn in Jezus Christus maakt sterk
Inmiddels zullen de meesten van ons wel weten dat Fillipenzen een zogenaamde Romeinse kolonie in het Griekse Macedonië was. Zodoende bestond de gemeente van Fillipenzen voor een groot deel uit Romeinse oorlogsveteranen en andere Romeinen.
En waar spraken die Romeinen vooral graag over? Over oorlog en sport. Om duidelijk te maken wat hij bedoelt, drukt Paulus zich in de verzen 27 - 30 dan ook uit met behulp van allerlei termen uit de oorlog en de sport. 't Gaat over vaststaan, strijden, tegenstanders etc.
Al die Romeinse soldaten en burgers weten dat wil je in de strijd en de sport ver komen er een aantal basisvoorwaarden noodzakelijk zijn!
Wie in sport of oorlog wil presteren moet goed toegerust en goed getraind zijn. Nou daar ontbrak het de Fillipenzen niet aan! In de kerk van Fillipenzen bulkt het van de kwaliteiten,
Kijk maar in 2: 1. Van God hebben de Fillipenzen liefde ontvangen, zij hebben gezamenlijk deel aan het werk van de Heilige Geest. De Heilige Geest sponsort de Fillipenzen en daarom ontvangen zij ontferming en medelijden.
Dat laatste, ontferming en medelijden, heeft Paulus zelfs uit ondervinding. Paulus ontving van de Fillipenzen immers gebed, geld en meeleven in de persoon van Epafroditus?! (zie hoofdstuk 2 en 4)
Aan kwaliteit dus geen gebrek. Het gebrek aan eenheid is mentaliteitskwestie. In vers 2 en 3 meldt Paulus wat er aan schort.
Men is niet één in liefde. Er is wel liefde, maar die wordt selectief toegepast. Liefde geeft men alleen aan die mensen in de gemeente die men mag.
Men is in Fillipenzen niet één van ziel en gevoelen, zoals de Herziening van de Statenvertaling . treffend vertaalt. De gemeenteleden voelen elkaar dus niet goed aan. Waarschijnlijk omdat men onvoldoende moeite doet zich in de ander te verdiepen.
Er is in de gemeente sprake van geldingsdrang. Dat is de mentaliteit van ik eerst. Mijn ideeën zijn belangrijk. Ik wil dat gedaan wordt wat ik heb bedacht.
Tenslotte is er ook sprake van eigenwaan. Dat wil zeggen, ik vind mezelf beter dan de ander en wil voor al mijn goede inspanningen en ideeën ook bedankt en geprezen worden.
We snappen wel dat als dit de mentaliteit is, de eenheid ver te zoeken is, de gemeente geen hecht team vormt waarin men veel voor elkaar overheeft.
Paulus maakt zich vanuit de gevangenis in Fillipenzen niet voor niets zorgen. Want als het zo door gaat, zullen zij daar in Fillipenzen de strijd op den duur gaan verliezen.
Broeders en zusters, heel vreemd is dit alles echter niet. Want als je even nadenkt over de samenstelling van de gemeente van Fillipenzen valt het gebrek aan eensgezindheid wel te verklaren. In gedachten zie ik de mensen in de kerk van Fillipenzen zitten.
Ik zie tot geloof gekomen Romeinse officieren zitten. Mannen die talloze oorlogen overleefd hadden. Op hun uitrusting prijken insignes en hun ogen stralen van trots. Zij hebben het gemaakt en zijn gewend te bevelen. Gehoorzamen en naar anderen luisteren is hen vreemd.
In de kerk zitten ook tot geloof gekomen Romeinse burgers. Velen van hen hadden Rome gedwongen verlaten. Want de Romeinse overheid stuurde lastige burgers de stad uit. Maar wanneer lastige, criminele burgers zich in een Romeinse kolonie vestigden, mochten zij hun Romeins burgerschap, met al de daar aan verbonden voorrechten, behouden.
’t Waren dus mensen die in conflict met de overheid waren gekomen. Niet de meest makkelijke personen….
Voorts zie ik in de gemeente van Fillipenzen Christenen uit de Joden zitten. Fillipenzen lag namelijk aan de Via Egnatia, één van de drukste handels routes in die dagen. Omdat Joden niet lid mochten worden van gilden, kozen zij vaak noodgedwongen voor de handel.
Nu, kleine zelfstandigen zijn vaak geen meesters in samenwerken, zijn gewend hun eigen koers te varen, zelf te beslissen.
Je merkt wel: de samenstelling van de gemeente was niet bepaald gunstig om een klimaat van eensgezindheid te creëren.
Bij die ongunstige sociale structuur komt ook nog eens een belemmering die te maken heeft met de cultuur van die dagen.
Want voorwaarde voor eensgezindheid is, zo meldt Paulus in vers 3, bescheidenheid of anders vertaald ootmoed of nederigheid.
Nu was ootmoed, bescheidenheid, nederigheid in die dagen een vies woord. Ootmoedige mensen beschouwde men kruiperig, als mensen die gebrek aan persoonlijkheid hadden. Watjes, eitjes, softies zouden wij vandaag zeggen.
Romeinse burgers en soldaten moesten daar van nature niets van hebben. Als je jezelf verloochende, de minste probeerde te zijn, werd je in hun ogen een religieuze voetveeg, stelde je niks voor, telde je niet mee.
De gemeenteleden van Fillipenzen gedragen zich daarom vaak zoals de mensen waarover de Here Jezus in de gelijkenis sprak. Die mensen meenden immers dat zij recht hadden op de beste plaatsen in de bruiloftszaal. Desnoods wierpen ze hun ellebogen of hun positie in de strijd....
Broeders en zusters precies op dit punt klinkt een heftig en emotioneel appèl van Paulus. Als geen ander weet Paulus: Willen de Fillipenzen de strijd volhouden, willen zij hun door God gegeven kwaliteiten benutten, is er een mentaliteitsverandering nodig, moet er iets tussen hun oren veranderen…
Fillipenzen, acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van een ander.
Ook al is deze mentaliteit voor de meeste gemeenteleden vanwege hun werk en het culturele klimaat heel vreemd, is het wel degelijk mogelijk, maakt Paulus duidelijk.
Er is maar één manier waardoor al dat egoïsme minder kan worden! Eensgezindheid is er alleen dan wanneer wij mensen zelf minder worden en Christus in ons groot wordt. Laat onder u die gezindheid heersen die Christus Jezus had.
Fillipenzen, jullie vinden het moeilijk iets aan van een ander aan te nemen en gehoor te geven aan wat God vraagt? Neem een voorbeeld aan Jezus. Hij was volkomen gehoorzaam aan Zijn hemelse Vader.
In de hemel werd hij door de engelen gediend en aanbeden, had Hij aan helemaal niets gebrek. Maar toen zijn hemelse Vader het tijd vond worden naar de aarde te gaan ging Hij en werd Hij mens. Al Zijn hemelse heerlijkheid legde Hij af.
En tijdens Zijn verblijf op aarde heeft Jezus er voor gekozen om voor Zichzelf geen beroep te doen op de goddelijke krachten die Hij uit de hemel had meegenomen.
In nood gebruikte Hij Zijn goddelijke natuur niet als een soort extra hulpmiddel waarmee Hij op moeilijke momenten een beroep op deed.
Wanneer Jezus honger had, gingen Hij en Zijn leerlingen op zoek naar voedsel. Een gemakkelijkere optie was om bijvoorbeeld van stenen brood te maken. Jezus kon het, maar deed het niet.
Als Hij pijn had ging Hij in gebed. Eenvoudiger was geweest Zijn eigen wonden te genezen. Als Hij vermoeid was ging Hij slapen en nam Hij geen shot goddelijke energie.
Broeders en zusters, Jezus kwam om te dienen, om slaaf van de mensen te zijn. Zijn goddelijke kant wendde Jezus alleen maar ten goed van anderen aan, niet ten goede van Zichzelf.
Als er één was die Zichzelf volkomen wegcijferde en de ander uitnemender achtte dan zichzelf was het de Here Jezus wel! Jezus' bijzondere gezindheid is eens prachtig verwoord door Jaap Zijlstra die dichtte:
Eindelijk iemand die zegt:
"Ik ben gekomen om te dienen"
en niet: het gaat erom
carrière te maken.
Eindelijk iemand die zegt:
"Heb je naaste lief als jezelf!"
en niet: het komt er maar op aan
dat je iedereen het zijne geeft.
Eindelijk iemand die zegt:
Ik ben de Goede Herder,
Ik zet mijn leven in voor de schapen
en niet: ben ik de hoeder van mijn broeder?
Eindelijk iemand die zegt:
"Je zonden zijn je vergeven"
en niet: wie eenmaal steelt,
is altijd een dief.
Eindelijk iemand die zegt:
"Ik maak alle dingen nieuw"
en niet: de geschiedenis herhaalt zich.
Eindelijk iemand die zegt:
"Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven" en niet: dood is dood.
Jezus heeft bewust voor deze houding gekozen. Want alleen die weg zou Hem naar en aan het kruis brengen.
Het kruis, die vreselijke plek waar Zijn vernedering het diepst zou zijn. Praktisch naakt hing Jezus aan het kruis. Men zag Hem als een misdadiger, maar Hij was volkomen onschuldig.
Hij was zonder zonde, maar moest de vloek over de zonde van alle mensen dragen en zonder steun van zijn hemelse Vader met de duivel vechten.
Broeders en zusters, Jezus Christus deed het met het oog op u, jou en mij! Want de Here Jezus is pas blij en gelukkig wanneer jij gelukkig bent. En zonder het kruis is er geen echt geluk, geen echte blijdschap mogelijk. Zonder het kruis kom je nooit van je zonden af, zal er geen ruimte komen voor iets nieuws in je leven, maar zal je op jezelf gericht blijven.
Juist aan de avondmaalstafel wil God die wonderlijk werkelijkheid diep tot ons laten dringen. Aan de avondmaalstafel zitten we naast elkaar. Daar geen voorname plaatsen. De tafelschikking maakt duidelijk: het is onmogelijk jezelf belangrijker te achten de ander…. We delen allen in het ene brood.
Aan tafel wordt duidelijk: we kunnen niet anders dan ons op Jezus richten en ons
door Zijn mentaliteit laten beheersen. Juist aan tafel mogen we beseffen Alleen één zijn in Jezus maakt sterk!
Broeders en zusters, zo zou het moeten zijn. Maar ik heb me afgevraagd: hoe is dat nu bij ons hier in de Nederlands Gereformeerde kerk van Zeewolde ook praktijk? Is het bij ons beter en anders dan in Fillipenzen? Zij wij echt eensgezind? Één in liefde, één in het elkaar aanvoelen? Vinden wij de ander belangrijker dan onszelf? Laten wij ons stuk voor stuk en samen beheersen door de gezindheid van Christus Jezus? Komt het belang van jouw broeder, jouw zuster voorop?
Als ik eerlijk ben, ben ik daar niet volkomen gerust op…. Laat ik vertellen wat mij, toen ik hierover nadacht, te binnen kwam.
Ik hoorde onlangs gemopper over de bloemen. De bloemen die tegenwoordig vaak naar nieuwe leden gaan. Toen ik lid werd heb ik de bloemen niet eens gekregen, mopperde iemand…. Zou Jezus nou ook zo hebben gereageerd?
Onder het koffiedrinken na de dienst zie ik met regelmaat twee dingen. Ten eerste zie ik mensen alleen staan. Ten tweede zie ik mensen vaak in dezelfde groepjes samenklonteren.
Hoe zit het dan met het belang van de ander op het oog hebben? Zien we niet dat een ander ook graag een gesprekje wil? Is het goed selectief lief te hebben en je aandacht elke zondag op dezelfde mensen te richten. Zou onze Heer het ook op die manier doen?
Nogal wat gemeenteleden beginnen enthousiast aan een taak of worden lid van een kring, maar haken soms ook heel snel weer af. ‘k Vind het niet leuk meer. ’t Levert me zo weinig op. Maar hoe zit het dan met het belang van de mensen waarvoor en waarmee je actief bent?
Ook het omgekeerde gebeurt: je kunt ook eindeloos op je plek blijven zitten en zodoende een ander geen kans gunnen ook mee te doen.
Was Jezus niet trouw en volhardend in wat Hij deed, juist omwille van de ander? Gaf Jezus Zijn discipelen niet de ruimte om in te stappen en zichzelf te ontwikkelen?
Onze gemeente kent relatief veel mensen die leidinggeven of zelf aan het ondernemen zijn. Bovendien zijn velen, voordat zij van onze gemeente lid werden, elders lid van een kerk geweest.
Overschatten we meer dan eens het belang van onze eigen ideeën en opgedane ervaringen niet? Zien we de kerk niet te veel als een verlengstuk van ons werk? Willen we in de kerk niet in gelijke mate invloed hebben dan op en in ons werk? Spoort dat met de mentaliteit van Christus Jezus?
Of denk aan de invulling van de erediensten. Kunnen we het hebben wanneer de orde van dienst zo in elkaar steekt dat anderen daarvan van genieten, maar wij zelf het liever anders zien?
Wie de schoen past, trekke hem aan….. Weet wel, ook hier in Zeewolde is de duivel actief. Wanneer wij niet groeien in eensgezindheid, zullen we op den duur ook niet meer groeien in ledental, zullen er geen mensen meer tot geloof komen. Zullen we geen winst boeken, maar de strijd dreigen te verliezen.
Iets dergelijks zien we nu helaas gebeuren in de Evangelische Gemeente Zeewolde. Vanwege interne spanningen en onenigheid stagneert daar de groei. Als ik het goed zie, komen er daar nu minder mensen tot geloof dan voorheen. Verdrietig om dat te horen en te moeten constateren.
Maar ook het omgekeerde is waar! Want daar waar de gezindheid van Christus in de praktijk groeit, verdwijnen hoe langer hoe meer de eilanden en de pingelaars en groeit de teamgeest.
Een voetbalstadion loopt niet snel vol voor 11 individuen, maar wel voor een hecht en goed ingespeeld elftal waarin spelers gebruik maken van elkaars kwaliteiten, waarin men voor elkaar wil werken en men samen wil vechten voor een goed resultaat. Bij zo'n club wil praktisch iedereen wel spelen.
Met andere woorden des te meer de gezindheid van Christus in ons persoonlijk en in ons gemeentelijk leven gestalte krijgt, des te meer wervingskracht zal er van ons uitgaan! Des te meer de duivel in de strijd het nakijken heeft…..
Broeders en zusters, Paulus geeft de Fillipenzen en ons in Jezus een prachtig voorbeeld! Zijn leven is een geweldige aansporing! Want ook lijkt ootmoed, bescheidenheid, nederig zijn, jezelf wegcijferen misschien heel zwak, Jezus toont ons hoe bijzonder die weg is, laat zien hoe goed je dan uitkomt.
Want zegt Paulus, Jezus is uitermate verhoogd en heeft zelfs de naam boven alle naam gekregen. Dat wil zeggen Zijn macht is met niets of niemand te vergelijken.
Vroeg of laat zal elk schepsel in hemel en aarde dan ook voor Hem buigen. Christenen uit Filippi, Rome, Sjanghai, NewYork, Kaapstad, Amsterdam, Bogotá, Zeewolde, ja uit alle talen, volken en naties bogen en buigen voor Jezus en belijden: Jezus Christus is Heer, tot eer van God de Vader!
En straks bij Jezus' wederkomst zal iedereen voor Hem buigen. Op de jongste dag zal iedereen voor Jezus' macht door de knieën gaan! Zelfs al Jezus’ tegenstanders!
Wie onder leiding van Gods Geest nederigheid geleerd heeft en vanuit de gezindheid van Christus heeft geleefd, zal verhoogd worden, zal delen in Zijn verheerlijking. Maar... Maar wie zichzelf verhoogd heeft en z'n eigenbelang heeft laten prevaleren zal vernederd worden!
Broeders en zusters, laat daarom alstublieft die gezindheid onder u heersen die Christus Jezus had.
Jezus Christus was pas gelukkig wanneer de mensen om Hem heen gelukkig waren. Wanneer Christus ons leven is ensterven winst, kan het bij ons dan anders zijn? Zou je dan nog anders kunnen en willen dan een ander gelukkig maken? De vraag stellen is hem beantwoorden….. Amen