Geloof: ladder of lift?

 


 

 


 

Orde van dienst bij Filippenzen 2: 12,13

Thema: Geloof: ladder of lift?

  • Welkom en mededelingen
  • Psalm 81: 1, 8 en 11
  • Stil gebed
  • Votum en groet
  • Opwekking 159
  • Leefregels
  • Lied 473: 1, 2, 3, 5 en 6
  • Gebed
  • Woord voor de kinderen
  • Evangelische Liedbundel 469
  • Collecten
  • Lezen Jesaja 55: 1 - 11
  • Psalm 105: 1 en 3
  • Lezen Filippenzen 1: 27 t/m 2: 13
  • Zingende Gezegend 88
  • Preek
    Tekst Filippenzen 2: 12, 13
    Geliefde broeders en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt.
  • Opwekking 510
  • Gebed
  • Opwekking 78
  • Zegen
  • Lied 456: 3

Preek

Gemeente van onze Here Jezus Christus,
De bekende radiopredikant ds. Buskes preekte eens op twee achtereenvolgende zondagen over de verzen 12 en 13 van Fillipenzen 2.
De ene zondag preekte hij over vers 12. Zijn thema luidde: Het geloof is een ladder en geen lift.
Met andere woorden een mens moet zich inspannen om behouden te worden. Met geloven is het niet zoals in een lift. Geloven is niet maar even op een knopje drukken en dan vanzelf omhoog zoeven. Nee, zei ds. Buskes, je moet tree voor tree de ladder op! Het geloof is een ladder en geen lift!
De volgende zondag preekte ds. Buskes over vers13. Misschien kunt u het thema van die preek al wel raden. Precies, boven die preek stond als thema: Het geloof is een lift en geen ladder!
Als je tot geloof komt is dat voor de volle 100% het werk van God.; er is niets van jezelf bij, 't is allemaal genade. Het geloof is een lift en geen ladder.

U snapt: na die twee zondagen waren de leden van de gemeente waar ds. Buskes voorging enorm verward. Is het geloof nou een ladder en geen lift, of is het een lift en geen ladder?
Met andere woorden, ben ik nou tot geloof gekomen door zelf ‘ja’ te zeggen of heeft God me bekeert? Overheerst nu bij het geloof de stem van de mens of die van God? Wat is nou sterker in ons leven: Gods regering of onze menselijke verantwoordelijkheid?

Allemaal heel moeilijke vragen. Vragen die ook al zo'n 40 jaar de gesprekken op landelijk niveau tussen de Nederlands Gereformeerde- en Christelijk Gereformeerde Kerken bepalen.
’t Gaat heel vaak over de vraag: Op welke manier wordt nou het heil van God, Gods redding, tot jouw persoonlijk eigendom? Hoe worden de schatten van verzoening, vergeving en heiliging van het leven tot jouw persoonlijk bezit? Meestal wordt deze kwestie samengevat onder het kopje de toe-eigening des heils.
Kerkelijke zwaar- en lichtgewichten zijn hierover doorlopend aan het touwtrekken.

De zware jongens pakken het touw aan de kant van vers 13 beet en zeggen: De mens kan niets zelf. Het is God die het willen en werken in ons werkt.
Jezus heeft immers gezegd: Niemand kan tot de Vader komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft hem trekke". En schrijft Paulus niet: Want door genade bent u behouden, door het geloof, en dat niet uzelf: het is een gave van God, niet uit werken opdat niemand roeme. (Efeze 2: 8) En was het in Filippi niet God Zelf die het hart van Lydia de purperverkoopster opende….
Vaak wordt dan ook nog eens gewezen op een belangrijk moment uit de ontstaansgeschiedenis van de Gereformeerde Kerken, de zogenaamd Afscheiding uit 1834. Onder leiding van ds. Hendrik de Cock uit Ulrum zagen velen destijds geen andere mogelijkheid dan zich van de Nederlands Hervormde kerk af te scheiden.

Verreweg het merendeel van de Hervormde predikanten zag aan het begin van de 19e eeuw in Jezus namelijk alleen maar een goed voorbeeld. Jezus was de volmaakte mens. Zijn eigenschappen, zijn deugden moest je je eigen maken. Wie maar veel over Jezus las en vaak over hem nadacht werd vanzelf een beter mens…. Zulke goede mensen zal God vast niet in zijn koninkrijk weigeren op te nemen.
Je redding hing dus voor het belangrijkste deel af van jouw eigen inzet.

Ook ds. Hendrik de Cock preekte lange tijd op die manier. Maar daar kwam op een gegeven moment verandering in. Twee dingen waren daarbij van groot belang. Allereerst waren er twee boeken: Institutie en de Dortse Leerregels. In beide accent op uitverkiezing: Jezelf redden, jezelf veranderen is onmogelijk. Redding is Gòds werk en het is de Heilige Geest die ons mensen verandert.
Deze werkelijkheid drong pas heel diep tot Hendrik de Cock door toen hij privé-catechisatie aan een bejaard gemeentelid gaf. Die belijdeniscatechisant heette Klaas Kuipenga.
Deze Klaas sprak woorden die Hendrik de Cock diep in zijn hart raakten. Wat hij zei? Dominee, Als ik ook maar één zucht aan mijn eigen zaligheid moest bijdragen, was ik voor eeuwig verloren". Zaligheid, is trouwens een oud-Nederlands woord voor redding. Bis.

Wie gereformeerd is en wil zijn weet: redding is geen zaak van mensen. Dat een mens niet in de hel, maar in de hemel terecht kan komen is voor 100% Gods werk. Daar draagt een mens ‘nul komma nul zelf aan bij’.
De zware jongens die het touw bij vers 13 beetpakken voelen zich prima thuis onder een preek waarvan het thema luidt: het geloof is een lift en geen ladder.
Je kunt jezelf niet aan je eigen haren uit het moeras van de zonden optrekken. Gods redding wordt alleen dan je eigendom als God het je geeft. Niet eerder en niet later. Je bekeert je niet, maar wordt bekeerd.

Van de weeromstuit zijn er anderen die aan het andere eind van het touw trekken. Zij zeggen: dit is me te passief. In de bekering werken God en mens samen.
Zeg maar op de manier zoals in die reclame over soep. Een beetje van Maggi en beetje van mezelf.
Zo is het ook met ‘tot geloof komen’. God heeft daar een aandeel in, maar ik zelf ook. Het gaat om samenwerken, coöperatie. De Coöperatie is wat hen betreft niet alleen een mooie naam voor een winkel, maar zou ook prima op het dak van onze kerk passen.
Als mens mag je toch immers je hand uitsteken; in geloof aannemen wat God je aanbiedt en belooft; Gods beloften mag je toch naar je toehalen? Zo kan je je, naar vers 12, met diep ontzag voor God inspannen voor je redding
In de Bijbel staat bovendien heel vaak een imperatief; een gebiedende wijs. Zoekt!, hoort! neigt!, doet! weest! Allemaal dingen die je zelf moet doen.
Deze mensen vinden het fijn om ook eens een preek te horen over het thema: Het geloof is een ladder en geen lift.

Zo blijven kerkelijke zwaar- en lichtgewichten maar hun hakken in het zand zetten en proberen ze aan hun eind van het touw vast te houden.
Broeders en zusters, ik weet niet hoe u zich onder al dit getouwtrek voelt, maar ik voel me er ongemakkelijk onder. Ik weet niet wat ik moet kiezen.
Ik kan maar niet kiezen tussen de ladder en de lift; ik weet niet aan welke kant van het touw ik moet meetrekken.....

Want wanneer ik aan de kant van vers 13 ga hangen -zeg maar de kant van de lift- voel ik me ongelukkig. Wanneer alles, ja zelfs mijn denken en willen, door God bepaald wordt, waar blijft mijn eigen verantwoordelijkheid dan?
Ik ben toch geen robot? Ik ben toch meer dan een poppetje in een computerspel die precies luistert naar wat de speler met de muis of de joystick doet?
Zo was het toch ook niet met Adam en Eva? Adam en Eva konden toch kiezen tussen wel of niet eten van de boom van kennis van goed en kwaad? Het geloof is echt meer dan een lift.

Maar wanneer ik aan de kant van vers 12 ga hangen -zeg maar de kant van de ladder- doe ik voor m'n gevoel tekort aan Gods regering.
Heb ik te weinig eerbied en ontzag voor Gods macht en majesteit en de overmacht van zijn liefde.
Heel diep van binnen weet ik: ik ben een zondaar, dat wil zeggen van mezelf denk ik niet aan God, laat staan dat mijn goede werken als traptreden zouden kunnen functioneren van een trap die naar de hemel leidt.
Van uit mezelf kan ik met geen mogelijkheid tot God op klimmen. Ik kan mezelf inderdaad niet aan m’n eigen haren uit het moeras van zonde optrekken. Ik kan mezelf geen geloof schenken. Als ik aan God denk, voel ik me onmachtig en klein. Het geloof is geen ladder. Gelukkig niet, want ik zou nooit Boven komen….

Ja, 't was voor ons veel gemakkelijker geweest wanneer Paulus één van beide verzen uit zijn brief zou hebben weggelaten. Wij zouden minder worstelen wanneer Paulus of vers 12 of vers 13 niet aan het papier zou hebben toevertrouwd.
En toch broeders en zusters schreef Paulus beide verzen. Wat wij als een probleem ervaren, ervoer Paulus namelijk veel minder als probleem. Paulus kon beter dan wij leven met "en" "en". Paulus was meer dan wij gewend met twee woorden te spreken.
Wanneer Paulus bijvoorbeeld over zichzelf nadacht had hij aan één woord niet genoeg. Dan zei hij tegen zichzelf: Ik Paulus ben een zondaar, want als ik het goede wil doen, is het kwade mij nabij. Niet wat ik wil doe ik, maar wat ik niet wil, dat doe ik. Maar ik ben ook een rechtvaardige. Want Jezus Christus spreekt mij vrij. Paulus wist zich dus, zoals Luther het zo kernachtig uitdrukt, zondaar èn rechtvaardige tegelijk!

Nou, op een vergelijkbare manier kan Paulus aan de Fillipenzen schrijven: ons behoud is voor de volle 100% Gods werk en tegelijk voor de volle 100% ons werk. Blijf u inspannen voor uw redding en doe dat met diep ontzag voor God, want het is God die zowel het willen als het handelen in u teweeg brengt. Of in de vertaling van ’51: Bewerk uw behoudenis met vreze en beven, want God is het die zowel het willen als het werken in u werkt.

Gods verkiezend handelen en onze menselijke verantwoordelijkheid zijn voor ons gevoel twee evenwijdige lijnen die we niet bij elkaar krijgen; evenwijdige lijnen die elkaar nooit zullen kruisen.
Maar Paulus weet -om zo te zeggen- dat deze lijnen elkaar wel degelijk snijden. De lijn van Gods keuze en de lijn van de menselijke verantwoordelijkheid snijden elkaar namelijk in God!

Precies daar nu ligt ons probleem broeder en zusters! Want hoe komt het nou dat wij met deze vragen worstelen en aan het touwtrekken gaan?... Dat komt omdat wij God niet God laten.
In ons denken over de verhouding tussen God en ons mensen is God vaak te veel mens. God is in ons denken vaak een soort supermens. Wanneer wij over God vanuit onze menselijke categorieën denken gaat het fout....

Om dit te begrijpen moet u maar eens denken aan twee mensen die samen iets moeten doen. Laten we als voorbeeld het behangen van het huis van Bianca de Graaf nemen. Voor onze gasten: Bianca is één van onze gemeenteleden. Omdat haar man Frans momenteel niet in staat is mee te helpen, hebben bij het behangen van haar nieuwe woning een boel mensen uit de kerk meegeholpen.
Stel nu dat Lia, Joke, Fenny, Ella en al die andere helpers tegen Bianca hadden gezegd: Wij doen de ene helft en jij, Bianca, doet zelf de andere helft. Denk je dat zo’n fifty-fifty-verdeling zou hebben gewerkt? Ik weet wel zeker van niet. Je komt met zo’n klus nooit precies op 50% uit.
Misschien zou Bianca zelf 40% hebben behangen en de anderen samen 60%. Of misschien zou Bianca zelf 70% hebben gedaan en de anderen 30%.
Hoe zoiets ook uitpakt, het is simpel zo: wanneer het aandeel van de één toeneemt, neemt het aandeel van de ander af. En omgekeerd.

Waar het me nu om gaat is dat wij de neiging hebben ook in dergelijke categorieën over God te denken. Wanneer we gecharmeerd zijn van "het geloof is een lift en geen ladder" taxeren we Gods aandeel in onze bekering als 100%.
Naarmate we meer opschuiven naar "het geloof is een ladder en geen lift", wordt Gods aandeel steeds kleiner en ons aandeel steeds groter.

Broeders en zusters laten we ons van deze denkprocessen bewust zijn en bedenken dat God Gòd is! Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God. God is totaal anders. Lazen we in Jesaja niet: Mijn plannen zijn niet jullie plannen en jullie wegen zijn niet mijn wegen spreekt de HEER. Want zo hoog als de hemel is boven de aarde, zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven en mijn plannen jullie plannen.
God kan mensen in Zijn dienst nemen en hen tegelijk toch volledig verantwoordelijk laten.

In de verhouding tussen God en mens is het niet zo dat bij het groeien van Gods activiteit het aandeel van de mens minder wordt.
En ook het omgekeerde is niet waar. Het is niet zo dat bij het groeien van onze activiteit Gods aandeel minder wordt.
Integendeel zelfs! Gods activiteit in ons, maakt ons juist actief. Gods activiteit sluit menselijke activiteit niet uit maar juist in, wakkert die aan, stimuleert die.

Zo is het bijvoorbeeld ook in Jesaja 55. Jesaja voert iemand op die op straat water verkoopt. Hierheen. Hier is water voor ieder die dorst heeft. Dat water staat bij Jesaja symbool voor wat God Zijn volk wil bieden.
Om je dorst te lessen moet je als mens in beweging komen. Je moet naar de verkoper lopen, je portemonnee trekken, betalen, het water aannemen en tenslotte ook opdrinken.
Maar hoe komt het volgens Jesaja 55 nu dat mensen water kopen? Dat komt omdat God Zelf die mensen zelf in beweging zet. Het woord dat uit mijn mond komt –Hierheen. Hier is water voor wie dorst heeft-, keert niet vruchteloos terug zonder eerst te doen wat Ik wil en te volbrengen wat ik gebied.
Met andere woorden Gods activiteit maakt mensen actief en stimuleert te doen wat Hij graag wil. Ook van dat water drinken geldt: 100% Gods werk èn 100% mensen werk.

Nu, precies dàt element wil Paulus nou aan de Fillipenzen duidelijk maken. In de verzen die aan onze tekst vooraf gingen heeft Paulus -zo zagen we vorige week- betoogd: Fillipenzen ik ben dankbaar voor jullie en geweldig blij met jullie! Maar…. jullie kunnen mijn blijdschap volkomen maken door eensgezind te zijn; één in liefdebetoon, één van ziel, één in streven.
Paulus moest de Fillipenzen vermanen, want in de gemeente van Fillipenzen lette men te veel op het eigenbelang en te weinig op het belang van anderen.
De Fillipenzen kunnen van hun egocentrische wijze van leven afkomen door te groeien in de gezindheid van Christus Jezus. Christus wiens leven één en al dienen was! Hij was trouw tot aan de dood op het kruis.

Kijk, toen Paulus zich nog in Fillipenzen bevond was het in harmonie samenleven in de gemeente van Fillipenzen geen enkel probleem. Maar nu hij in de gevangenis zit en zich op afstand bevindt nemen eigenbelang en jaloezie in de gemeente hand over hand toe.

Op dit punt vermaant Paulus zijn geliefde broeders en zusters. Jullie zijn altijd gehoorzaam geweest toen ik nog bij jullie was. Wees het nu des te meer nu ik niet bij jullie ben. Blijf u inspannen voor uw redding.
Met andere woorden doe ook nu ik in de gevangenis zit, er alles aan om te leven vanuit de gezindheid van Jezus. Stel je bescheiden op, acht een ander belangrijker dan jezelf. Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus Jezus.
Paulus weet: het gaat hier om hele diepe dingen! Heeft Jezus Zelf niet gezegd: Wie zichzelf verhoogd zal vernederd worden…. Wie zichzelf verhoogd loopt Jezus’ redding mis, gaat voor eeuwig verloren.

Maar zo hoeft het absoluut niet te gaan! Want God Zelf is een goed werk in jullie begonnen! God Zelf buigt jullie wil om naar wat Hij graag wil. God Zelf doet jullie handelen naar Zijn wil. Het is God die zowel het willen als het werken in bij u teweegbrengt, omdat het Hem behaagt. Met andere woorden, daar heeft Hij goddelijk plezier in!

Fillipenzen juist omdat God bij jullie zo krachtdadig aan het werk is mogen jullie met wat Hij geeft niet onzorgvuldig en zorgeloos omgaan. Zowel in de gemeente als in de wereld moet het te merken zijn dat God bij jullie Fillipenzen een goed werk begonnen is!
Kortom, Paulus kan de Fillipenzen oproepen zich in te spannen voor hun redding omdat hij weet dat God in hen aan het werk is.

Weet je? Eens kwam er iemand bij de bekende ds. Kohlbrugge. Hij had een vraag voor deze predikant. Deze vragensteller was zo'n zware jongen die aan het touw bij vers 13 trok.
"Dominee", vroeg hij, "bent u eigenlijk wel bekeerd?". "Nee", zei Kohlbrugge, "maar God is er mee bezig"!
Broeders en zusters, zoals God met de Fillipenzen en met ds. Kohlbrugge bezig was, is Hij ook met u en jou persoonlijk en met ons als gemeente bezig !

Zolang God bezig is ook jouw willen en werken om te buigen mag jij nooit passief opstellen.
Ook jouw redding is voor de volle 100% Zijn werk, er is geen sprake van een taakverdeling. Niet een beetje van God en beetje van jezelf
Maar juist omdat God in jou werkt, brengt dat verplichtingen met zich mee. Ja, ben jij tegelijk zelf voor de volle 100% verantwoordelijk.

Ds. Buskes wilde met het beeld van de ladder en de lift onze tekst verduidelijken. Maar die lift en ladder krijgen wij nooit in één beeld op onze lens. We blijven met de nare smaak zitten dat we moeten kiezen, dat we niet anders kunnen dan blijven touwtrekken.
Bij de voorbereidingen van de preek kwam me een beeld te binnen waarin ik de tekst wel in één plaatje op m’n netvlies krijg. Ik wil het graag doorgeven.

Ergens in de buurt van Berlijn werd in een stadspark in de jaren '30 een groot Christusbeeld geplaatst.
Maar in het laatste oorlogsjaar werden de handen van de Christusfiguur eraf geschoten.
't Onttakelde beeld leek een aanfluiting voor het christelijk geloof, totdat... totdat iemand na de oorlog een bord voor dit kapotgeschoten beeld plaatste.
Weet u wat er op dit bord te lezen stond? Dit: "Wij zijn Uw handen!". Misschien heeft de man, de vrouw die schreef "wij zijn uw handen" er in gedachte we bij gezongen:
"Neem mijn handen, maak ze sterk,
trouw en vaardig tot uw werk.

"Wij zijn uw handen", de man, de vrouw die dit bordje bij het Christusbeeld-zonder-handen plaatste, heeft wat mij betreft Filipenzen 2: 12 en 13 heel goed begrepen.
Zonder het lijden, sterven en opstaan van de Here Jezus gaat onze wil absoluut niet naar God en zijn gebod uit. Maar op grond van Jezus werk voor en in ons schenkt God ons geloof en worden wij geroepen om in deze wereld actief te zijn! Jezus' liefde te verspreiden.

Het Christusbeeld-zonder-handen symboliseert vers 13. "Want God is het, die zowel het willen als het handelen in ons werkt, omdat het Hem behaagt’. In en door Christus werkt God Zijn liefde in ons uit. God kan dat doen omdat Zijn Zoon Jezus Christus op Golgotha alles heeft volbracht.
En God de Vader beïnvloedt vanuit de hemel onze wil en ons handelen door de Heilige Geest die Hij samen met Zijn Zoon Jezus Christus heeft uitgezonden.
Mijn Heilige Geest zal, zegt God in Ezechiël 36, zorgen dat jullie volgens mij wetten leven en mijn regels in acht nemen. En Paulus schrijft aan de Tessalonicenzen ‘Het is de Geest die Heilig maakt’.

Het Christusbeeld symboliseert dus wat mij betreft vers13. En het bordje Wij zijn Uw handen, symboliseert vers 12. Blijf u inspannen voor uw redding. Want wie besef heeft van Gods liefde voor ons zal al meer ontzag voor God krijgen en de handen van Jezus willen zijn.
Jezus die kwam om te dienen. Aan Jezus’ handen was te zien hoezeer Hij Zich beijverde voor eenheid. Eenheid waar het in Fillipenzen zo aan schortte.

Jezus’ discipelen wilde een onderscheid maken tussen kinderen en volwassen. Ouders die met hun kinderen naar Jezus toe wilden hielden zij als bodyguards op afstand. Maar met Zijn handen trok Jezus de kinderen op schoot. En na die kinderen geknuffeld te hebben legde hij Zijn zegenende handen op hun hoofdjes.

De Joodse leiders van destijds, Farizeeën en Schriftgeleerden, gaven veel mensen het gevoel er niet bij te horen. Zij kenden de wet, zij leefden met God. Mensen die niet precies ook zo leefden zoals zij of met een handicap door het leven gingen werden nagewezen. Maar Jezus stak juist Zijn handen uit naar mensen die nagewezen werden en trok hen binnen de kring van Zijn volgelingen. Kom maar, jullie mogen er ook bij horen!

Jezus wist van de onderlinge rivaliteit tussen zijn leerlingen. Sommigen van hen wilden zo graag de belangrijkste zijn. Met het oog op hun onderlinge eenheid hief de Heer zijn handen biddend op ten hemel: Laat hen één zijn, zoals wij één zijn Vader.
Maar Jezus hief Zijn handen ook voor ons hier in Zeewolde al biddend ten hemel: Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en ik in U.

Om ons te redden liet de Heer tenslotte Zijn handen aan het kruis slaan. Dat kruis zorgt voor eenheid, verbindt alle ware gelovigen.

Merk je wel hoezeer Jezus’ handen spraken van eenheid? Broeders en zusters, het kan niet anders of wie echt gelooft zal graag 'Jezus handen willen zijn’. Dan zing je: Heer, ik geef U mijn hart, Ik geef U mijn ziel, ik leef alleen voor U. Dat zijn voor 100% jouw woorden, dat gaat om jouw inzet.
En tegelijk doet de Geest je beseffen: Ik kan het zelf voor geen meter waar maken. Leven voor God is tegelijk 100% Gods werk. En daarom zing je: Heer, doe uw wil in mij! Ik hoop dat je het van harte kan meezingen en vervolgens ook een concrete bijdrage aan de eenheid in onze gemeente zal leveren. Amen.