Thema: ‘Sterren mopperen niet’
Gemeente van onze Here Jezus Christus,
Dit weekend zijn in onze regio de vakanties begonnen. Net zoals vele anderen zullen ook wij deze zomer een poosje buiten Zeewolde vertoeven. Nee, dit keer gaan we niet naar Oostenrijk, maar naar de Franse Alpen. Nu valt me, ongeachte waar we naar toegaan, elke vakantie hetzelfde op.
Elke vakantie is het zo dat ik ’s avonds meer sterren aan de hemel zie staan dan thuis. Natuurlijk weet ik wel dat er boven Noorwegen, Oostenrijk, Israël of Frankrijk niet meer sterren staan dan boven Zeewolde.
Nee, dat ik thuis minder sterren zie dan op vakantie heeft te maken met wat wij tegenwoordig ‘lichtvervuiling’ noemen. Straatverlichting, neonreclames, autolampen, kassen e.d. maken dat wij een boel sterren die we op vakantie wel zien thuis vaak niet kunnen waarnemen.
De christenen in Fillipenzen, aan wie Paulus zijn brief schrijft, hadden van dit verschijnsel totaal geen last. Zij zagen avond aan avond hoe de sterren zich tegen een gitzwarte hemel aftekenden. Sterren vielen op; sterren straalden.
Bij die werkelijkheid van alledag sluit Paulus nu aan. Paulus roept de Fillipenzen -en daarmee ook ons- op te schitteren als de sterren aan de hemel.
Ik hoop dat je, of je nou thuis blijft of op vakantie gaat, deze zomer als je de sterren bewondert nog eens aan deze preek zult denken.
Want vanavond willen we achtereenvolgens bezien hoe, waarom, waar en waardoor de Fillipenzen moeten, mogen en kunnen schitteren als sterren aan de hemel. (bis)
Hoe
Wanneer het om het hòe gaat, is het eerste waar Paulus in onze tekst aandacht voor vraagt dat sterren niet mopperen! Doe alles zonder morren, schrijft hij immers in vers 14. Kennelijk was mopperen de Fillipenzen niet vreemd.
En net zoals de Fillipenzen kunnen ook wij daar wat van. Gemopperd wordt er op het weer, onze leidinggevende, onze leraar, onze lerares, onze ouders, het grote aantal repetities en s.o.'s, de zoveelste reorganisatie op ons werk, de regering, de gemeenteraad, de scheidsrechter enz.
En onder de koffie en op verjaardagen wordt onder christenen ook vaak gemopperd over de kerkenraad, de lange kerkdiensten, de liedkeuze en... ja over van alles en nog wat wordt er gemopperd.
Nu is al dat gemopper minder onschuldig dan je zou denken. Want al dat gemor laat iets zien van je gezindheid, van hoe je van binnen bent en voelt.
Paulus weet uit de geschiedenis van Zijn volk Israël hoe gemopper zelfs Gods plannen van verlossing en redding in de weg kan gaan staan. Paulus’ woordkeus in vers 14 doet haast als vanzelf denken aan het volk Israël in de woestijn.
God had Israël uit de slavernij van Egypte verlost en naar de woestijn geleid. Het verblijf in de woestijn zou echter maar tijdelijk zijn. Als verlost volk was Israël op weg naar het Beloofde Land, op weg naar Kanaän.
Maar onderweg ging het mis. Om de zoveel kilometer begon men te morren, te mopperen, te murmureren. Men mopperde op elkaar, maar vooral ook op God. Vaak waren de Israëlieten het niet eens met Gods beleid en kwam men tegen Hem in opstand.
Lopen we hier in de woestijn een beetje dorst te lijden. Waar is God nu? In Egypte waren we wel slaven, maar daar hadden we tenminste een gevarieerd menu. Uien, knofloof, vis, komkommers, watermeloen, prei en noem maar op. Maar wat eten we hier in de woestijn? Manna en nog een manna. Dat brood uit de hemel komt onze neus uit… Waren we maar bij de vleespotten van Egypte gebleven... (Numeri 11)
Of denk aan die keer toen Korach, Abiram en Datan in opstand tegen Mozes en Aaron kwamen en zeiden: Jullie, Mozes en Aaron, voelen je nog meer dan de HERE Zelf…. Jullie gedragen je arrogant.
Deze houding viel totaal verkeerd bij de HERE God. Hij strafte deze drie mannen met hun families door de plaats waar zij stonden opgesteld te laten splijten. Van het ene op het andere moment verdwenen deze drie samen met hun families en hun bezittingen in de aarde. Meteen daarop sloot de aarde weer en was de spleet verdwenen. Nalezen? Numeri 16.
De volgende dag begon het volk over deze gebeurtenis massaal te mopperen. De HERE nam dit zwaar op, want in reactie op hun gemopper doodde de HERE nog meer mensen.
Wanneer het volk dan eindelijk aan de grenzen van Kanaän staan begint het gemopper opnieuw: Nu heeft God ons naar een land gebracht waarin reuzen wonen!
Wat was nu het resultaat van al dat gemopper en gemurmureer in de woestijn? Het overgrote deel van alle mopperaars mocht het Beloofde Land niet in en als totaal moest het volk terug de woestijn in.
Het morren was een teken van ongeloof. Ongeloof dat het vervullen van Gods reddingsplan in de weg staat.
Merk je wel? Mopperen op God en op elkaar is absoluut niet onschuldig. Het is daarom dat Paulus de Fillipenzen, met een link naar het volk Israël in de woenstijn, waarschuwt: Fillipenzen, zoals het in de woenstijn ging, kan het vandaag nog gaan! Mopperende sterren kunnen ook nu Gods werk in de weg staan.
God die, omdat Hij daar plezier in heeft, zowel het willen als het handelen in jullie teweegbrengt.
En daarom moeten en kunnen jullie met diep ontzag voor Hem je voor je redding inspannen. Dat wil zeggen werken aan eenheid door elkaar in en buiten de gemeente met de gezindheid van Christus te dienen!
Als het goed is gaat het elkaar dienen van harte, komt dat van binnenuit. Maar wanneer je, zoals de Israëlieten in de woestijn, altijd maar aan het mopperen bent, maak je de gemeenschap met elkaar en de gemeenschap met God stuk. Zulk gemopper tast de binnenkant van je bestaan aan. Sterren mopperen niet.
Broeders en zusters Paulus schiet hier raak. Want het leven van mensen die altijd maar mopperen en klagen, draait vooral om het eigen ‘ik’. Een mopperaar is vooral bezig met waarin hem of haar tekort wordt gedaan. En als je vooral met jezelf bezig bent, verdwijnen het dienen van God en je naaste als vanzelf uit beeld….. Mopperen holt de eenheid in de gemeente van binnenuit uit….
Naast gemopper is er nog een gevaar voor de gemeente van de Here Jezus weet Paulus. Hij schrijft in vers 14 immers: doe alles zonder morren en tegenspreken. Je mag ook vertalen: zonder bedenkingen, zonder discussies.
Ja, er zijn inderdaad ook Christenen die altijd maar bedenkingen hebben. Bedenkingen bij Gods wil, bedenkingen bij Gods Woord. Zo van: Ja, 't staat er wel, maar volgens mij is er iets anders mee bedoeld. Paulus kan me nog meer vertellen, maar wat hij hier schrijft is niet meer van deze tijd. Dat is vandaag niet in de praktijk te brengen.
Broeders en zusters, zulke vragen kunnen oprecht en eerlijk zijn, maar je kunt ook in dergelijke bedenkingen vastlopen. Sommige christenen praten en discussiëren heel veel en heel lang over de betekenis van de Bijbel, maar komen daardoor nooit aan de praktijk toe. De enige inspanning die zij zich voor hun redding getroosten is kletsen…Maar dat is in Gods ogen beslist te weinig!
De Here Jezus heeft gezegd: Niet ieder die Here, Here, roept zal het koninkrijk binnengaan, maar wie dòet de wil van Mijn hemelse Vader, die zal mogen binnengaan.
Op de slaapkamer van een meisje van een jaar of 16 hing een hele rij leuzen. Al die teksten en slogans hielden verband met het verbeteren van de wereld.
’t Betrof pakkende spreuken over het uitbannen van geweld, over leven vanuit de liefde en over het bevorderen van vrede, het terugdringen van de honger, dierenleed etc. De hele tienerkamer hing er vol mee.
Ondertussen was de kamer van dit meisje één grote rotzooi. Daarom plakte haar moeder op een dag ook een leus op het behang van haar dochter. Weet je wat haar moeder erbij plakte? Knap eerst je kamer op en dan de rest van de wereld. (bis)
Met andere woorden sterren doen gewoon wat er in het hier en nu gedaan moet worden. Geen woorden maar daden! Alleen zulke sterren vallen op.
Waarom
De tweede vraag die we ons vanavond stellen is wààrom Paulus de Fillipenzen, en daarmee ook ons, oproept als lichtende sterren te schijnen.
Nou, dat is om zodoende het duister in de wereld te verdrijven en instrument van God te zijn. God die doorlopend bezig is mensen uit het duister tot Zijn wonderbaar licht te trekken.
Van een gemeente waar men elkaar niet van harte dient, niet spontaan het belang van de ander in het oog heeft, gaat weinig licht, gaat weinig aantrekkingskracht uit.
Er kunnen een heleboel goeie dingen in de gemeente zijn, maar die vallen niet meer op wanneer het gemopper de overhand krijgt.
’t Is, zou je kunnen zeggen, als met de trouwjurk van Marleen. Marleen trouwt aanstaande dinsdag in het wit, zo weet ik uit betrouwbare bron. Maar stel nu dat er op de mooie witte jurk een enorme vlek blijkt te zitten. Waar zal dan de meeste aandacht naar uitgaan?.... Niet naar haar mooie jurk, maar wel naar de vlek. Die vlek, de smet, zal het meeste opvallen.
Zo zal het nu ook een kerk vergaan waar gemopperd wordt. Dat gemopper is antireclame, valt meer op dan al de goeie dingen die er zo’n kerk ook zijn.
Wanneer er in een kerkgemeenschap heel veel gemopperd wordt, men overal en op iedereen kritiek heeft en er eindeloos over van alles en nog wat gediscussieerd wordt, wat straalt zo'n gemeente dan uit? Zeggen mensen dan: kom, daar zou ik best lid van willen zijn? Nee, natuurlijk niet.
Wanneer zulke sterren mopperen of bedenkingen hebben, verschraalt hun glans, vallen ze nauwelijks op, verspreiden ze nog maar een flauw licht. Daarom schrijft Paulus doe alles zonder morren en tegenspreken, opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God.
Broeders en zusters, Jezus Christus is ook gekomen om ons van alle gemopper en bedenkingen te verlossen. Ook ons geklaag en gediscussieer droeg Hij naar het kruis.
En juist daardoor komt er ruimte voor iets nieuws in ons leven. Kan God door de Heilige Geest ons veranderen, in ons de gezindheid van Christus uitwerken.
Jezus Christus wie mopperen vreemd was, niet op Zichzelf was gericht, maar juist zowel Zijn hemelse Vader als Zijn medemensen van harte diende. Het is Mijn eten en drinken om de wil mijn Vader te doen, zegt Jezus. Hij had plezier in het dienen van God en mensen.
Daardoor viel de Here Jezus op! Was Hij een enorm lichtpunt in het duister. Had Hij enorme aantrekkingskracht. Het volk dat in duisternis wandelde zag een groot licht. Waar Jezus kwam moest het donker wijken. Jezus kwam naar de aarde om mensen te trekken vanuit het duister tot Zijn wonderbaar licht.
Zisters en broeders, daar is Jezus Christus tot op de dag van vandaag mee bezig. En weet je op welke manier de Here Jezus vandaag vooral werkt? … Door Zijn volgelingen daarbij in te schakelen. Jezus wil u, jou en mij gebruiken om Zijn liefde bij en naar de mensen te brengen.
Wie, onder leiding van de Heilige Geest Jezus mag volgen is niet in het duister, maar in het licht. Zulke mensen worden door Jezus Zelf licht verklaard. Jullie zijn het licht in de wereld zegt Jezus tegen zijn discipelen en Hij zegt het ook tegen ons!
God gebruikt de kerk om de wereld te bereiken! De kerk is er niet om de kerk, maar de kerk is er voor de wereld!
Als leden van Gods gemeente zijn we individueel en samen geroepen om Zijn licht in het duister te verspreiden.
Waar
Daarmee zijn we meteen beland bij de derde vraag namelijk wààr je dan als ster mag schitteren.
Paulus zegt: Schijn te midden van een verdorven en ontaarde generatie, of zoals je ook mag vertalen te midden van een ontaard en verkeerd geslacht. Een verdorven en ontaarde generatie, daarmee bedoeld Paulus alle mensen die zonder God leven.
Een ontaard en verkeerd geslacht, dat is nou typisch zo'n typering waarbij we onze bedenkingen kunnen hebben.
Want bij zo’n opmerking denk je haast automatisch aan je niet gelovige buren, collega’s, sportmaatjes etc. Met al die mensen is niets mis. Je vraagt je af: Kende Paulus dan geen ongelovige mensen die toch heel aardig en voorkomend zijn, ja een heleboel goeie dingen hebben en doen. Ik kan mijn ongelovige buren, mijn collega’s en sportmaatjes toch niet typeren als behorend tot een ontaard en verkeerd geslacht..?
Broeders en zusters, natuurlijk kende Paulus zulke mensen. Hij heeft zelfs van Romeinen en allerlei andere heidense volken een boel hartelijkheid en warmte ondervonden. Hij bewonderde hun wetenschap, kunst en sport.
Maar vanuit het geloof, vanuit God gezien, kan hij hen niet anders typeren als een verdorven en ontaarde generatie. Letterlijk: Een krom en afgedwaald geslacht. Met andere woorden niet op God gericht en niet in Zijn nabijheid levend. (bis)
In het Oude Testament wordt door Mozes het volk Israël als een ontaard en verkeerd geslacht aangeduid wanneer het in opstand tegen God kwam. Deze woorden van Mozes gebruikt Paulus nu voor de wereld zonder God.
De wereld die God niet verloren wil laten gaan. God schrijft een verkeerd en ontaard geslacht niet af. Hij wil hen juist bijschrijven op de rol waarop Hij de volken schrijft.!! Met een psalm begonnen we vanavond de dienst.
God houdt van jouw, niet in geloof levende, collega’s, buren, familieleden, en klasgenoten. Juist vanwege Zijn diepe liefde voor hen wil God dat Zijn kinderen te midden van hen als stralende sterren leven.
Gods licht moet de wereld in. Als Christen mag je niet stiekem in een hoekje wegkruipen en alleen binnen de veilige muren van de kerk je licht verspreiden. Een lamp hoort niet onder de korenmaat, zegt de Here Jezus, maar er bovenop.
Broeders en zusters, als het goed is bent u zo'n ster. Als het goed is ben jij zo'n ster. Smetteloos en onberispelijk. Als het goed is zien de mensen Jezus' licht in jouw ogen, straalt Gods licht hen tegemoet in de manier waarop je als man en vrouw in het huwelijk samenleeft, met je kinderen en/of je ouders omgaat, je je werk doet, je feest viert, met je geld omgaat, aan een graf staat, een geboorte beleeft, over de kerk praat.
Zulke sterren vallen op. Je komt in de Bijbel zulke onberispelijke mensen tegen. Wanneer God met de duivel over Job in gesprek is, zegt God: Heb je ook op mijn knecht Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde, hij is rechtschapen en… onberispelijk. (Job is onberispelijk), hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.
En Jobs vriend Elifaz zegt tegen hem: Job, geeft je onbesproken levenswandel je geen hoop?
Of denk aan de ouders van Johannes de Doper, Elisabeth en Zacharias. Van hen staat geschreven Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des HEREN, onberispelijk…..
Met andere woorden Job, Elisabeth en Zacharias waren mensen die als sterren aan de hemel schitterden en bij God en de mensen als onberispelijk bekend stonden!
Het is heel bijzonder dat God ons op die manier inschakelt en wil gebruiken om licht en liefde onder te mensen te laten schijnen. En tegelijk is het ook geweldig moeilijk.
Niet mopperen en geen bedenkingen hebben, smetteloos en onberispelijk zijn, luidt de opdracht, maar wat is de praktijk voor ons mensen weerbarstig! Zelf voel ik me vaak niet beter en anders dan de mensen die Paulus met een ontaard en verkeerd geslacht typeert.
Broeders en zusters, een lichtende ster zijn is inderdaad geweldig moeilijk, dat ligt ons van nature niet; vanuit onszelf geven we geen licht. Maar Paulus zegt er gelukkig nog wel wat achteraan! Hij vertelt ons gelukkig waardoor het mogelijk is dat we als lichtende sterren kunnen schijnen.
Waardoor
Het wààrdoor is ons vierde aandachtspunt van vanavond. Paulus schrijft: Wij zijn geroepen in deze wereld als sterren te schitteren en moeten daarbij het woord dat leven brengt vasthouden.
Broeders en zusters, het vasthouden van het woord dat leven brengt, bevat het geheim van Gods lichtende sterren.
Gods gesproken en geschreven woord wekt mensen tot leven en maakt hen licht! Kan en wil ook u en jou verlichten!
Gelovigen kunnen alleen dan licht zijn en licht verspreiden wanneer zij het woord dat leven brengt vasthouden.
Ergens in een Afrikaans land is een vrouw die appels en pruimen op straat verkoopt. Wanneer er geen klanten zijn pakt zij haar Bijbel en leest daarin.
Toen ze op een dag weer in haar Bijbeltje las, vroeg een voorbijganger haar: Mevrouw, wat bent u aan het bestuderen?
Ik? Ik lees in het Woord van God, de Bijbel!
Het Woord van God? zei de man. Maar hoe weet u nou dat de Bijbel het boek van God is? Meneer, zei onze verkoopster, kijkt u eens omhoog. Hoe weet u dat daarboven de zon is?
Och, da's niet zo moeilijk. Ik kan de zon voelen, die geeft warmte en licht.
Goed, zei de vrouw, zo weet ik ook, dat de Bijbel het Woord van God is. De Bijbel geeft licht en warmte. Als u daarin zou lezen, voelt u het!
Broeders en zusters zo wil God door de Bijbel en de levende verkondiging, dat wil zeggen door de prediking, daarvan Zijn licht in jou en in ons als gemeente ontsteken. Waar Zijn licht en Zijn liefde schijnen, gaat de nacht verdwijnen.
Daarom moeten de Fillipenzen en wij het Woord dat leven brengt vasthouden. Alleen wanneer wij ijverig zijn in het lezen en bestuderen van de Bijbel en trouw in de kerkgang en zodoende de preken tot ons nemen kunnen we als sterren schitteren.
Sterren die het doen van Gods wil niet als een last, maar als een lust ervaren; sterren die niet mopperen, maar juist blij en opgewekt zijn; sterren die geen bedenkingen hebben, maar gewoon -midden in de wereld- doen wat God van ons vraagt.
Sterren die God zodoende kan gebruiken om mensen met Zijn liefde en warmte te raken en vervullen. Laat God dan in jouw persoonlijk leven en in het leven van de gemeente Zijn gang gaan en vraag Hem al zingend: Schijn in mij, schijn door mij! Amen.